Donderdag 22 mei 2014 overleed in het Berchmanianum in Nijmegen, in de
vrede van de Heer, onze medebroeder
Wim
van der Lee
Hij werd 25 februari 1925 geboren in
Amsterdam, trad 15 juli 1943 in onze orde en werd 31 juli 1959 priester gewijd in
Maastricht.
Na zijn middelbare school aan het Ignatiuscollege in Amsterdam werd Wim van
der Lee jezuďet. Hij was de jongere broer van Hein van der Lee SJ (1921- 1991).
In zijn werkzame leven is hij eerst vele jaren actief in het onderwijs. Hij
had doctoraal examen biologie gedaan in Utrecht in 1956 en was leraar biologie
aan het Ignatiuscollege in Amsterdam van 1961 tot 1974. Daarnaast gaf hij
enkele jaren godsdienst. Hij was één van de grondleggers van het nieuwe
Ignatiuscollege in Purmerend en bleef daar tien jaar bij betrokken als docent
en in de schoolleiding.
In 1985 besloot hij plaats te maken voor een jongere generatie docenten en werd
hij pastor in het Prinsengracht Ziekenhuis, de revalidatiekliniek Overtoom en
Zorgcentrum St. Jacob, alle in Amsterdam. In 2000 verhuisde hij voor enkele
jaren naar het Aloysiushuis in Den Haag en werd in 2005 huisgenoot op het
Berchmanianum. Zijn gezondheid was de
laatste weken sterk achteruit gegaan.
De eucharistie ten afscheid is op woensdag 28 mei 2014 gevierd om 11.00 uur
in de kapel van het Berchmanianum, waar na de begrafenis is gevolgd op het
kerkhof Jonkerbos.
Dat het eeuwige licht hem verlichte.
Berchmanianum
28 mei 2014, uitvaart Wim
van der Lee, homilie door Jan Bentvelzen S.J.
Tussen de papieren van Wim
kwam ik een briefje tegen met een tekst van Dag Hammarskjöld,
een vroegere SG van de VN:
Hoe we tegen de dood
aankijken bepaalt hoe we in het leven staan.
Ik weet niet hoe Wim tegen
de dood aankeek, maar misschien mag je de stelling ook omdraaien: uit hoe
iemand in het leven staat kun je bepalen hoe hij tegen de dood aankijkt.
Hoe Wim in het leven stond
kunnen we opmaken uit een gedicht dat Wim erg dierbaar was, een gedicht van
Miguel de Cervantes, de schrijver van Don Quijote.
Maakt vrij de baan
laat mij weer thuis komen
in mijn voorbije oude vrijheid.
Laat mij op zoek gaan naar
mijn vroeger leven
dat mij zal helpen op te
staan uit de dood van heden.
Wim probeerde de oude
waarheden waarin hij was opgegroeid, waarin hij zich thuis had gevoeld en
waarin hij ook zijn roeping tot priester gevonden had, in deze moderne tijd
niet alleen zo authentiek mogelijk te blijven beleven, maar ook zo authentiek
mogelijk te verwoorden, zó, dat hij er zich thuis in kon voelen. Dat was niet
gemakkelijk, want op theologisch gebied veranderde er veel tijdens zijn lange
leven. Maar de inspiratie bleef dezelfde.
Die inspiratie had hij
opgedaan in het gezin waarin hij opgroeide. Familie is voor Wim altijd
belangrijk gebleven. Hij had er een hechte band mee, ook met de jongere
generaties. Wim zag ieder jaar uit naar zijn verjaardag waar vele familieleden
hem kwamen feliciteren.
Het was fijn om te zien
hoe drie generaties aanwezig waren toen Wim een paar weken geleden werd
bediend.
De inspiratie die Wim in
het gezin en als leerling van het Ignatiuscollege opdeed bracht hem ertoe
jezuďet te worden, net als zijn oudere broer Henk, die door zijn medebroeders
Hein werd genoemd. Als leraar biologie en godsdienst en als schoolleider heeft
hij zijn eigen inspiratie op jongeren kunnen overdragen. Dat deed Wim op een
open wijze, altijd in samenwerking met anderen en zich aanpassend aan de
moderne tijd. Hij was er heel gelukkig mee dat hij met het Ignatiuscollege kon
verhuizen naar Purmerend, waar een geheel nieuwe start werd gemaakt.
Persoonlijk maakte Wim een
nieuwe start toen hij op 59-jarige leeftijd met de VUT ging. Niet lang daarvoor
had hij een noodlottige val van zijn fiets gemaakt. De ervaring die hij opdeed
als langdurige patënt bracht hem ertoe om als pastor
te gaan werken voor zieken in verschillende zorginstellingen.
Dat deed hij geheel in
lijn met de richtlijnen die – zoals we in de eerste lezing hebben gehoord – de
apostel Paulus aan pastores meegeeft: met broederlijke genegenheid, blij met de
blijden en wenend met hen die wenen, zonder hooghartigheid in de omgang met
gewone mensen, niet eigenwijs. Hij had het goede voor met alle mensen.
Die goedheid en aandacht
voor mensen had hij ook hier in het Berchmanianum.
Hij was een van de weinigen die al vanaf het eerste moment dat hij hier was
regelmatig op bezoek ging in de huiskamer van de verpleegafdeling, een plek die
hij goed had leren kennen in de tijd dat hij vaak op bezoek kwam bij zijn zieke
broer.
Het was ook een vreugde om
te zien hoe hartelijk hij de Eucharistie vierde in de Jozefkapel, tweemaal
iedere week en in de Taborkapel van de gesloten
afdeling, met persoonlijke
aandacht voor ieder afzonderlijk.
Als zijn wijze van leven
een indicatie is van hoe Wim tegen de dood aankeek, dan denk ik dat hij vol
vertrouwen en overgave de dood tegemoet is gegaan. Zonder dogmatische
zekerheden, maar wel gedragen door de inspiratie die hij verwoord vond in het
gedicht van Cervantes: dat hij zou opstaan uit de
dood van heden om weer thuis te komen in zijn oude vrijheid.
Voor ons allen is de dood
van Wim nogal plotseling gekomen.
Tot drie maanden geleden
leek er niets aan de hand. Hij had nauwelijks aandacht nodig van de zorg.
Maar toen kwam de dood
onverwachts, sluipend maar snel. Wim verloor in hoog tempo de grip op zijn
leven en het contact met zijn omgeving. Hij begreep – en wij begrepen – dat dit
het einde betekende.
We laten ons troosten door
de woorden van Jezus in het Evangelie:
Dit is de wil van mijn
Vader, dat ieder die wanneer hij de Zoon ziet en in Hem gelooft
eeuwig leven bezit; en ik
zal hem doen opstaan op de laatste dag.
Ik wil eindigen met een
andere tekst van Dag Hammarskjöld, ook gevonden
tussen de papieren van Wim:Voor
hem die gelooft zal het laatste wonder groter dan het eerste zijn.