|
OVERWEGING BIJ DE Fil 2, 6-11; Marcus 4, 26-32 Ik heb de eerste tekst uit de brief aan dle
Filipenzen gekozen omdat deze zoveel weg heeft
van het karakter van Henri. Een stoutmoedige keuze,
want de tekst van Paulus is bedoeld als lofzang op Christus zelf. Mag dat wel,
een dergelijke identificatie? Ja, de priester - ook wel een
alter Christus genoemd - zal altijddoor ernaar moeten blijven streven om dit in zijn leven waar te maken. En ik denk
dat Henri als missionaris aan die
opdracht heeft voldaan. Laten we een ogenblik zijn
levensgang nagaan: jezuiet geworden in 1945, werd hij meteen na de oorlog als
missionaris uitgezonden naar Indonesie om daar zijn priesteropleiding te
voltooien en gewijd te worden in 1957. In het boekje dat gemaakt
werd bij zijn gouden priesterfeest in 2007, met de veelzeggende titel: GOD OF SURPRISES,
wordt bij de
herdenking van die wijding opgemerkt: genade die ontvangen wordt, wordt altijd uitgedeeld, vooral aan
degenen die het nodig hebben. Die wijding markeert het
begin van een rijk en veelzijdig leven als missionaris, die op velerlei wijze
het zaad van het koninkrijk Gods heeft uitgestrooid Hij wordt eerst drie jaar
geestelijke vader op het Semmarie van Mertoyydan, en daarna gedurende vijftien
jaar secretaris van de bisschop van Semarang, en de beheerder van de financien
van dat bisdom. Het zaad van het koninkrijk
vraagt vaak om zeer "aardse"werkzaamheden!. Na deelname in 1975 aan het
Jezuieten Vernieuwingsprogramma in Manilla op de Filippijnen - hij staat
open voor nieuwe ideeen en uitdagingen - zal hij als rector het de Brittocollege leiden van 1979 - 1984, en tevens consultor (raadsheer) en
viceprovinciaal zijn. Maar hem wordt niet vergund
daarna op zijn lauweren te gaan rusten! Ter vervanging van een vertrekkende medebroeder
wordt hij in 1984 benoemd tot Econoom van de Provincie en tot Directeur
van de Kanisiusstichting, die de scholen beheert. Dit werk is voor hem een
concrete invulling van zijn gelofte zich te zullen inspannen voor de opvoeding
van de "eenvoudigen" ofwel analfabeten. Meer direct geestelijk van
aard zal zijn werk zijn als geestelijke vader van de toekomstige priesters aan het
Groot Seminarie te Yogyakarta. Reeds in de eerste jaren van
zijn opleiding moest hij langdurig kuren, niet wetend dat hem een nog veel langer ziekbed
to wachten stond aan het eind van zijn leven. Hij heeft aan den lijve de
lijdensweg van Jezus moeten volgen: langdurige depressies, problemen met zijn ogen, grote
zwaarmoedigheid. Men herkende hem niet meer
als de steeds opgewekte, communicatieve, extroverte man van vroeger. Des te groter is dan ook
onze dankbaarheid aan hen die hem trouw bleven bezoeken en bijstaan. Ik denk met name aan Henk
van Opzeeland en Leonard Smit, twee van zijn medebroeders die van ons, zijn eigen
familie, overnamen wat wij door de grote afstand niet bij machte waren.te doen: voortdurende aanwezigheid en belangstelling, geduld en
bemoediging, geestelijke bijstand bij zijn dorheid van hart waar hij zelf over
klaagt. Ik heb als evangelielezing de
parabel van de zaaier gekozen. Wat zijn vele arbeid hem bij God heeft
opgeleverd blijft hem tot het einde toe verborgen; maar het uitgestrooide zaad zal
vrucht dragen, hoe? hij weet het niet! wanneer? hij weet het niet! Of thans
juist wel !, in dat wondervolle bestaan na zijn dood, wat geen oog heeft gezien en in
geen mensenhart is opgekomen , en dat God bereid heeft voor hem die Hij liefhad. |