Homilie van Jan Peters S.J. bij de
herdenking van Christiaan van Nispen S.J. in de Krijtberg, Amsterdam, Juni 2016
“Wat ik het meest bewonder in de islam is de diepe
godsbeleving. De moslim beseft dat God aanwezig is in alle details van zijn
leven; God is alles in zijn leven. Het tweede dat mij frappeert is de
barmhartigheid, die direct aan de naam van God wordt verbonden: “God die
barmhartig is en goed”.
Een
tekst van Christiaan uit een Egyptisch interview in 2009.
Deze tekst staat in de brochure ter voorbereiding op
de eerste Cairo-bijeenkomst die eind oktober 2010 in Egypte werd gehouden. Het
onderwerp was: “Schoonheid, ruimte voor culturele dialoog”. Deze bijeenkomst
was geïnspireerd door de massale Rimini-bijeenkomsten in Italië, die daar al 30
jaar bestaan. Volgens Emilia Guarnieri, de voorzitster van de Rimini-bijeenkomsten,
ligt een diep verlangen naar vrede en eenheid aan de basis ervan: “Elkaar leren
kennen leidt tot vriendschap en die brengt ons dichter bij elkaar. Het is een
katholieke geloofsovertuiging, dat de
ander, die we zien als verschillend van onszelf, ons iets nieuws kan brengen,
een nieuw gevoel voor de werkelijkheid.”
Bij de openingszitting in Kaïro werd Christiaan –
die er niet meer bij kon zijn - plechtig geëerd. In de uitnodiging voor deze
ontmoeting wordt hij omschreven als “de persoonlijkheid van het jaar”. De
belangrijkste Egyptische krant “Al-Ahram” neemt dit over en beschrijft
Christiaan als de spil in het proces van
interculturele en interreligieuze dialoog in Egypte.
Tijdens de bijeenkomst werd Christiaans rol
gememoreerd door de oud-decaan van de faculteit religiewetenschappen aan de
beroemde al-Azhar universiteit, prof. Abdel-Moaty Bayoumi. Hij vertelt, hoe hij
jarenlang met Christiaan heeft gesproken over islamitische en christelijke
theologie, en hoe Christiaan dan bijna dagelijks op zijn fiets door Cairo naar
hem toekwam.
Een paar citaten uit zijn lofrede op Christiaan, die
hij een groot specialist op het gebied van de islamitische theologie noemt en
de belichaming van de islam-christelijke dialoog.
“Toen
Christiaan in 1962 in Egypte arriveerde, was de toenmalige directeur van de
al-Azhar universiteit, Sjeik Ragab, de eerste om zijn deur voor Christiaan open
te zetten. Christiaan kent de islam en deelt zijn leven met moslims”. – en
- “Op het Grote (islamitische) Feest
vroeg hij me eens of hij zich bij ons kon aansluiten bij ons gebed in de
moskee; hij zocht en vond er een persoonlijke geestelijke ervaring”.
Dit klinkt ook door in het citaat van Christiaan
zelf, waarmee ik ben begonnen. Hij voegt
daaraan nog toe: “Ik kan er echt bedroefd van worden, wanneer ik zie dat het
beeld dat sommige van de islam hebben tot discriminatie van de “andersdenkende”
medemens leidt of wanneer de godsdienst wordt misbruikt om geweld te
rechtvaardigen.
Zeggen dat de godsdiensten een bron van tweedracht
vormen is een aperte contradictie; godsdienst is een manier om je geloof te
leven, en geloof betekent je hart openen voor God en daarom ook voor elke
andere mens. Persoonlijk beleef ik mijn christelijk geloof nooit als iets dat
me tegenover mijn medemensen plaatst. De combinatie “intolerante gelovigen” is
volgens mij te vergelijken met die van “vierkante cirkel”. Men kan gelovig zijn
of men kan intolerant zijn, maar nooit beide tegelijk. Intolerant gedrag is
strijdig met het geloof.”
Christiaan
in de islamologische traditie.
Christiaan heeft zijn opleiding gehad binnen de
Franse theologische en islamologische traditie, uiteindelijk bekroond door zijn
meer dan lijvige proefschrift over de Egyptische exegese van de Koran aan de
Parijse Sorbonne.
Hij staat in de traditie van grote islamologen uit
die traditie: de dominicaan Georges Anawati die Christiaan beschouwde als zijn
directe leermeester (in 1994 op bijna negentig jarige leeftijd overleden), de
Iraakse jezuïet Paul Nwyia, en zijn twee grote Franse voorgangers Louis Gardet
en Louis Massignon (1883-1962).
Er waren twee duidelijk verschillende tradities in
de islamologie:
· De
Angelsaksische, die sterk analytisch was, teksten bestuderend, zoekend naar
bronnen en
· De
Franse die zich richtte op de breedte van het begrip van de tekst en deze ook
graag zag in een relatie tot de christelijke traditie. Waar de Angelsaksische
islamologen vaak afstand bewaarden tot het onderwerp van hun studie en tot
moslims, was dit contact voor de Franse islamologen van groot belang. De echte
diepe geloofs-dialoog vindt hier een belangrijke oorsprong.
Christiaan stond met beide benen – en met hart en
ziel – in deze Franse traditie.
Dat bracht ook mee dat hij niet een veelheid van
gedetailleerde, analytische artikelen heeft gepubliceerd. In die Franse
traditie heeft hij zich vooral toegelegd op het onderwijs en op de praktijk van
de dialoog.
Op zijn beurt was hij weer de leermeester van mensen
die zijn idealen hebben overgenomen.
Kort geleden is de Nederlandse vertaling uitgekomen
van een boek van en over de Italiaanse jezuïet Paolo Dall’Oglio (“Uit liefde
voor de Islam”). Paolo heeft zijn leven gewijd aan deze dialoog en daarvoor een
kloostergemeenschap opgericht in een oud vervallen klooster in de Syrische
woestijn. In 2013 werd hij waarschijnlijk gekidnapt bij een van zijn
bemiddelingspogingen in de Syrische burgeroorlog.
In dit boek (p.100) zegt hij over Christiaan: “In
zijn werk, Chrétiens et Musulmans, frères devant Dieu, stelt mijn meester,
model en confrater-jezuïet Christiaan van Nispen voor elkaar te ontmoeten in
het geloof in God door het gebed, want – zegt Christiaan - ‘het is God zelf die ons samenbrengt en die
ons elkaar doet ontmoeten”.
Voor Christiaan lag het centrum van de ontmoeting
met moslims op het terrein van de spiritualiteit; daar raken de christelijke en
de islamitische traditie elkaar, zijn ze elkaar nabij.