OVERWEGING
UITVAART HARRY SCHELBERGEN SJ.
VRIJDAG, 24 AUGUSTUS 2012
NIJMEGEN, KERK VAN ST. PETRUS CANISIUS
Harry Schelbergen was al geruime tijd met zijn
overlijden bezig. Al ver voordat hij zijn boek begonnen was te schrijven. Eigenlijk
al vanaf “dat wat er met mij gebeurd is”, zoals hij de herseninfarct noemde,
omdat dat woord voor hem te ingewikkeld geworden was. Die herseninfarct, die op
21 oktober 1995 een abrupt einde maakte aan zijn uiterst werkzame leven, werd
plotseling de opening naar een tijd van verstilling, die nog 17 jaar heeft
mogen duren.
In die periode heeft Harry met verschillende
evangelieverhalen geleefd.
Het verhaal van de verloren zoon met name was er een
van. Daarin zag hij de Vader-rol verbeeld, die hij in uiteenlopende intensiteit
heeft mogen vervullen voor menige jongen op Katwijk-De Breul en daarbuiten. Dat
verhaal dreef hem naar Sint Petersburg om de verbeelding van Rembrandt in de
Hermitage in zich op te zuigen. Dat verhaal bracht hem ook steeds terug bij
zijn eigen vader, wiens liefdevolle hand hij zijn leven lang op zijn schouder
voelde rusten. Dat verhaal verwees ook naar de hand die de Hemelse Vader op hem
had gelegd. Dat verhaal ontroerde hem diep. Harry was een geboren vader. Zelf
had hij van het vaderschap afgezien zonder te weten dat hij geroepen was vader
te worden voor velen.
Een hele tijd ook was het Sint Jan die hem boeide. Het
beeld van de wijnstok en de ranken maakte hem al mediterend duidelijk hoezeer
hij verbonden was met Jezus van Nazaret. In diens liefde leefde hij. Diens
liefde bezielde hem én inspireerde hem om ze door te geven. Verbonden als de
rank met de wijnstok voelde hij zich geestelijk gevoed door Jezus. Hij had hem
geroepen naar de jezuietenorde. Zijn nabijheid proefde hij dagelijks in de
Eucharistie. Het was Jezus die hij herkende in de inspiratie van zijn
medebroeders, van Ignatius, Petrus Canisius, Pedro Arrupe en die vele anderen.
Door hen wist hij zich altijd met stevige banden gebonden aan de Socďeteit van
Jezus.
Maar telkens weer was daar ook het verhaal van de
Emmausgangers. Het verhaal waarin hij Jezus herkende als degene, die in de
duistere ogenblikken van zijn leven levend bleef en perspectief bood. De
ogenblikken die een mislukking leken en in Harry meer pijn en verslagenheid
bewerkten dan hij naar buiten ooit zou laten blijken.
Het uittreden van jonge medebroeders, waarop hij en
wij allen zo gehoopt hadden. Veelal was hij hun geestelijk leidsman geweest.
Hen niet hebben kunnen vasthouden deed pijn.
Het internaat, waaraan hij zijn beste jaren gegeven
had, zien veranderen, gecompliceerder worden, onhandelbaarder. Ondanks de
investering van heel zijn creativiteit en pedagogisch talent en ondanks de
inzet van vele fantastische medewerkers en medewerksters, toch moeten zien dat
het niet langer gaat, met sluiting als onontkoombaar gevolg, dat hakte er in,
want we hadden zo gehoopt.
De situatie van de kerk, waarvan hij in zijn leven de
hele gang heeft meegemaakt van “het rijke roomse leven” tot “van mij hoeft het
allemaal niet meer”, dat ging hem niet in de koude kleren zitten. Op en top
kerkman die hij was zette hij zijn talenten en creatieve ideeën in voor de
priesteropleiding van het Rotterdamse bisdom, voor de Nederlandse Katholieke
Ouderraad, de Nederlandse Katholieke Schoolraad, het Open Jaar samen met de
Vlamingen, en nog veel meer gremia en initiatieven. Steeds op zoek naar nieuwe
wegen, steeds weer hopend het tij te kunnen doen keren, wegen van hoop en
toekomst te openen. En dan toch moeten zien hoe de kerk de aansluiting bij de
mensen van onze tijd niet weet te vinden, dat heeft Harry veel dieper geraakt
dan hij zichzelf toestond te geloven. Want laten we eerlijk zijn, telkens weer
hadden we zo gehoopt.
En telkens weer, als hij of wij tilden aan de tijden
en somberheid op ons gezicht stond te lezen, kwam Jezus en liep met ons mee.
Zelfs toen de herseninfarct alle licht uit leek te doen, en toen Harry alles
uit handen moest geven, kwam Jezus naar hem toe in de gestalte van zoveel lieve
mensen, die hem droegen en steunden. Vrienden en vriendinnen, oud-leerlingen en
zijn familie, Paul en Rita, Leo en Riba, Anneke, Marijke, Mechteld en René en alle
kinderen uit de volgende generaties. Wat heeft hij van hun vriendschap en
genegenheid genoten. Jezus had plotseling zoveel helpende handen, medische
handen, vrienden handen, medebroederlijke handen. Er ging voor Harry een nieuwe
wereld open. Hij voelde zich bemind en in zijn machteloosheid steeds beter in
staat dat toe te laten. Hij vond hulp bij het leren spreken, hulp bij het
schrijven van het boek en hulp bij de verwerking van zijn post. Hulp bij het
organiseren van feesten, wat hij zo geweldig graag deed. Hulp bij zijn
lichamelijk welzijn en bij de verpleging. Hulp bij het reizen, dat hem altijd
lokte en hulp bij zijn contacten en het tot bloei brengen van de hem zo
dierbare Stichting Oudleerlingen Katwijk.
Als je er op terug kijkt lijkt het wel alsof Jezus in
deze laatste donkere periode volop voor licht zorgde in de liefde van mensen om
Harry heen. Wie overvloedig zaait zal overvloedig oogsten, had de apostel
Paulus al gezegd. Harry mocht in deze laatste 17 jaren, in ongezochte
omstandigheden de vruchten plukken, onverwacht en onbedacht, van de noeste
arbeid uit de arbeidzame periode.
Ook voor die werkzame periode mediteerde Harry graag
over het verhaal van de Emmausgangers. Toen had Jezus zich maar al te graag van
hem bediend om met zijn mensen op te trekken in hun zorgen en vragen. Want dat
was Harry ten voeten uit. Een man, die een tijdlang met je optrok. Met al die
jongens op de school en het internaat. Met de jongens en meisjes van de
Paastochten. Met ouders, die elke zaterdag van het jaar zijn agenda vulden en
hun zorgen met hem deelden. Hij liep mee op met heel wat medebroedes als
overste, vriend, of geestelijk leidsman. Medewerkers en medewerksters vonden
hem dichtbij en trouw als de nood aan de man of de vrouw kwam. En Harry opende
de Schriften, niet schoolmeesterlijk, maar praktisch en ter zake, invoelend,
niet oordelend maar richtingwijzend. Dat deed hij zonder mensen aan zich te
binden, dienend niet eisend, gevend en maar zelden vragend. Wel altijd graag
mee etend als de gelegenheid zich voordeed, maar ook weer verdwijnend, een
goede nasmaak nalatend.
Harry is vredig en dankbaar en onder Gods zegen
gestorven. Hij keek de laatste tijd terug op zijn leven, waarin hij vastberaden
en soms hinderlijk alle touwtjes in handen hield. Een voor een heeft hij die
uit handen gegeven en neergelegd in de handen van de levende God. Nu moeten wij
hem uit handen geven. Moge dezelfde dankbaarheid en vrede die hij uitstraalde,
bij dit afscheid ook uw harten vervullen, Amen.
-------------------------
Gregory Brenninkmeijer S.J.
Manresa House
10 Albert Road
Harborne
UK - Birmingham B17 OAN
0044 121 426 2872