Eerbetoon aan Piet Gieles,

uitgesproken bij de uitvaart ceremonie door collega en vriend Jan Lap

 

Dit is een  “Eerbetoon”  voor Piet

 

Ik spreek Piet aan,

Maar het is bedoeld voor onze eigen oren.

Piet, hier volgt een eerbetoon.

Je kunt me toch niet stoppen.

Zoals je was, ben je weg

Ik zie je niet, en toch: ik zie je.

Je bent er wel, al ben je er niet.

Weg zijn, en toch aanwezig,

Het is niet de eerste keer,

Het zal niet de laatste keer zijn.

Wandelaars, als Emmaüsgangers,

We praten over je

En je bent er.

Je licht op als de dag

Je energie is er.

Je hebt ze veel geleerd,

Ze dragen het bij zich.

En soms is er diepe herkenning:

Opeens: ja hij is het.

Bij je aan tafel gebeurt het

Buiten op het pad

Aan het strand

In de boot.

In de wind kom je terug

Soms ben je de wind, je ademt

Weg is niet weg.

In ons hart is zoveel ruimte.

Ook ongezien.

Jij bent een beeld

Dat met al zijn schakeringen

Ons bij blijft, ons stuurt soms,

Roerganger.

Zielsverwant.

Je bleef in al je ruiterlijkheid

ondanks je scepsis,

Door al je twijfel heen,

Maar in al je loyaliteit

De liederen van God zingen,

En mooi en gevoelig en bezield

In het Latijn, gregoriaans.

Een oude geschiedenis

zong in je door.

Je ziel lag er in.

Is dat een soort voortleven?

Je sporen werden in de toespraken hier, uitgemeten.

Je hebt veel doorgegeven.

Soms bijzonder en eigen,

Soms geboren in samenwerking,

Soms bevochten op tegenwind,

Soms op de automatische piloot,

Soms met marathonvolharding.

Levende waarden en woorden van je

Hangen rond in deze wereld:

In je gezin

In je kleinkinderen, in je familie.

In huisgenoten van ver en van dichtbij

in vrienden, in medebroeders ex en in.

In instituten en organisaties.

Je waarden en woorden waren rond

In collega’s.

In scholen, directies, docenten, leerlingen.

In boeken, programma’s, lesmaterialen.

In tijdschriften, geschriften, kranten en pamfletten.

Daar zitten je woorden, daar hangen je waarden.

Zeg niet, dat je er niet bent!

We kunnen wel zeggen,

dat je een gezegend mens bent geweest.

We kunnen zeker zeggen, dat je ook zegen hebt gebracht.

Daarom nemen we geen afscheid

Zonder ook jou een zegen te hebben toegesproken.

Het zou geen zegen zijn,

Wanneer we niet het woord God erbij gebruikten.

Jij mag het als poëzie zien,

Je weet net als wij dat een Poeet een Schepper is.

Daarom:

Mogen gezegend zijn:

je ogen, opdat je er tot in de diepte van ons hart mee zou kunnen kijken.

je oren, opdat je ons ook zou mogen horen als we in stilte tot je spreken.

je mond, opdat je woorden mogen voortklinken

je handen, opdat we ze beschermend rondom ons zouden mogen voelen.

je voeten, opdat ze een duidelijke richting kunnen wijzen

God zegene je helemaal, je lichaam, je hart, je ziel.

Met eerbied willen we je blijven gedenken, en met dank.

Dat  je verwelkomd zult worden, steeds opnieuw door je dierbaren

En, zo het zo zou zijn, door durende liefde en vrede.

Dadelijk klinkt: Ubi caritas et amor,

Deus ibi est.

Waar zorg is en liefde,

Daar is God.

Dat geloofde je, dat bracht je in praktijk

Dat geloof heeft draagkracht.

Zo zij God  met ons allen.