In Memoriam Kees Oosthout S.J.
Vandaag zijn wij hier bijeen gekomen om onze broer Kees Oosthout te gedenken, die nu toch wel héél ver weg van ons vandaan is overleden. Na een hartinfarct is hij opgenomen in het Elisabeth Ziekenhuis in Semarang. Een netwerk van parochianen heeft hem liefdevol omringd met hun niet aflatende zorg en ons daarbij bijna dagelijks, hetzij via e-mail of telefoontjes op de hoogte gehouden. Zij hebben hem onze kaart en brieven nog voor kunnen lezen. Hij was daarbij zichtbaar geroerd. Wij zijn al deze lieve mensen hiervoor niet alleen heel dankbaar, maar wij putten hier ook veel troost uit.
Kees is geboren op 12 juni 1924 in Buitenzorg (nu Bogor) in het voormalige Ned. Oost Indië. Als kind was Kees een rustige, pientere, gevoelige en bedachtzame jongen. Van jongs af aan, wist hij wel precies wat hij wilde. Zo wilde hij in 1937, direct na de Lagere School naar het Klein Seminarie in Mertojudan bij Magelang (Midden Java). Pa was daar geen voorstander van en wilde dat hij eerst de H.B.S. afliep. Maar neen, Kees hield voet bij stuk. Wij zagen Kees van dat moment alleen in de vacanties thuis.
In 1942 brak in Indië de oorlog uit en alle scholen werden gesloten. Kees werd naar huis gestuurd. Wij woonden toen in Malang (Oost-Java). Pa werd de eerste dag al geïnterneerd als krijgsgevangene. Na een jaar werden alle mannen vanaf 18 jaar opgeroepen en geïnterneerd. Zo gingen ook Fons, onze oudste broer, en Kees op transport naar Kesilir aan de Z.O kust van Java. Voor de jongens waren er speciale barakken en de ouderen hadden andere en betere voorzieningen. Kees was handig in het ritselen van allerlei zaken en werd al gauw gekozen tot leider en vertegenwoordiger van zo’n barak en groep. De Japanners verplaatsten de kampen bij regelmaat. Zo werden zij overgeplaatst naar Bandoeng (West-Java). Pas na de capitulatie hadden zij in de gaten dat ze op een steenworp afstand van het kamp van Pa zaten. Zij werden dus eerder bevrijd en herenigd dan wij.
Ma en de drie zusjes hebben na de capitulatie nog een jaar lang vastgezeten in een kamp in Malang onder bewind van Indonesische vrijheidsstrijders.
Kees wilde eigenlijk niet wachten tot het gezin herenigd was en gaf Pa te kennen, dat hij zo gauw mogelijk naar Nederland wilde om zijn studies voort te zetten. Hij monsterde met Fons aan als steward op één van de grote evacuatieschepen. En zo kwam hij in 1946 in Nederland aan en werd door de familie Oosthout in Nijmegen liefdevol opgevangen. Hij meldde zich al gauw aan bij de paters Jezuïten voor de vervolg-studies. Daarvoor moest hij zich eerst onderwerpen aan een medische keuring. Een grote teleurstelling volgde. Hij bleek TBC te hebben opgelopen. Kees is toen door tante Tine en Oom Harry weer opgevangen en verzorgd gedurende zijn kuur. Na de kuur meldde hij zich wederom bij de paters en kon zijn intrede in Mariëndal (Grave) alsnog doen.
Ons gezin repatrieerde in 1947 voorgoed naar Nederland. 20 augustus voeren wij met het MS. Tabintha de sluizen van IJmuiden binnen. Voor ons was dat een blij weerzien met Fons en Kees, na al die 5 bange jaren. Kees deed vervolgens 8 september 1947 zijn intrede in Mariëndal. Zijn overste vond al gauw dat hij voor zijn studies eigenlijk in Indonesië thuis hoorde. Hij was daar immers geboren en getogen en sprak de taal! Zo vertrok hij 21 november 1948 naar Giri Sonta voor het noviciaat. Dan breekt er een roerige periode aan vanwege het Soekarno bewind. Kontakten liepen moeizaam door de gespannen sfeer.
De volgende mijlpalen zijn over hem bekend, nl.: - van 1948 -1951 volgde hij het noviciaat en junioraat in Giri Sonta (bij Ungaran); - van 1951-1954 studeerde hij filosofie in Yogyakarta; - in 1953 kreeg hij zijn Warga Negara, het Indonesische staatsburgerschap; -van 1954 tot 1956 ging hij naar Mertojudan (bij Magelang) voor zijn pastorale oriëntatie; -van 1956 tot 1960 deed hij zijn theologische studie in Yogyakarta, en -op 31 juli 1959, op de feestdag van de H.Ignatius werd hij tot priester gewijd door Mgr. A. Soegijapranata SJ in de St.Antoniuskerk, Yogya. Wij konden daar helaas niet bij zijn, wat een enorme teleurstelling was voor Pa en Ma. Één lichtpuntje was er toen Kees voor zijn tertiaat-studie (1960-1961) naar Ierland werd gezonden. Via België kon hij, door middel van een entrée stempel op een los inlegvel in zijn paspoort, verstolen Nederland binnen komen. Intussen belandde Pa in het ziekenhuis voor een eenvoudige ingreep. Toen Kees in Nederland aan kwam, lag Pa op sterven. Kees heeft hem nog het Sacrament van de Zieken kunnen toedienen en wat zijn eerste feestelijke en plechtige H. Mis had moeten zijn, werd voor hem de Requiem Mis voor zijn vader in de Elandstraat in Den Haag. Zo ook, maakte hij tijdens zijn herstel van een hartoperatie, het overlijden van zijn moeder mee. Ook voor haar droeg hij de Requiem Mis op.
Zijn pad is bepaald niet over rozen gegaan, maar onze Kees bleef vastbesloten en vastberaden ondanks oorlog, ziekte en tegenslagen. Terug in Indonesia stond hij van 1961 tot 1990 aan het hoofd van de Kanisius Stichting in Solo, Yogya en Semarang. Hij is 38 jaar werkzaam geweest in Semarang (Gedangan). Voor de scholen van dat Bisdom was het een weerkerende zorg om goede leerkrachten te behouden. Het idée om een pensioenfonds voor hen te stichten, was geboren. Hij ging op zoek naar fondsen. In één verlof in Nederland is hij toen allerlei missionerende ordes afgegaan met zijn plannen en met succes.
Het pensioenfonds Yadapen werd opgericht en garandeerde een waardevaste oudedagsvoorziening, voor alle leerkrachten in heel Java. Hij werd als voorzitter van dit pensioenfonds gekozen en heeft dit ambt vervuld van 1973 tot 1998. Jaarlijks kwam hij naar Nederland om verslag uit te brengen en het beleid voor het komende jaar voor te leggen aan het bestuur van de fondsen-verstrekkers alhier. Naderhand kwam hij mee als adviseur. Ieder jaar genoot hij eerst van een vakantie met Trees en Richard in hun huis in Spanje, en na het overlijden van Richard met Trees alleen. Tijdens zijn verlof verbleef hij, tot de sluiting, in het patershuis aan de ’t Hoenstraat. Daarna was hij te gast bij ons. Hij was een makkelijke logé. Voor dag en dauw stond hij op en nam eerst een bad. Dan nam hij plaats in de huiskamer met zijn gebedenboekjes. Zijn “toebroek” (koffie van gestampte koffiebonen) stond dan klaar ! Als de ontbijttafel in gereedheid was gebracht kwam hij erbij en genoot dan echt van allerlei broodjes en beleg. Hij vond alles heerlijk.
Tot het laatst is hij werkzaam geweest in de parochie van de H.Jozef in Gedangan, Semarang. Hij had het druk, de mensen droegen hem een warm hart toe. Hij werd veelvuldig gevraagd voor huwelijks- inzegeningen en uitvaarten. Hij was leidsman van de zusters in het klooster aan de overkant van de kerk en leidde ook de charismatische vieringen. Wij zijn heel trots om zo’n broer te hebben gehad. Hij heeft geen lang ziekbed gehad. Kees heeft een indrukwekkende uitvaart gekregen, de belangstelling was overweldigend. Voor ons een troostrijke gedachte. Ooggetuigen spraken van meer dan duizend mensen, jong en oud, rijk en arm, zusters en mede broeders, oud-leerlingen en leerkrachten. Zijn innige wens was tot de laatste adem werkzaam zijn in Gods Wijngaard. Hij wilde dienstbaar blijven bij zijn mensen, hij voelde zich één met hen. Op 31 juli jl. was hij 49 jaar priester.
Dat hij ruste in vrede.