Herdenkingsdienst Kees Oosthout S.J.
Pastoor van Ars, Den Haag, 21 September 2008
Voorganger: Jan Bentvelzen S.J., provinciaal
1 Thess. 4:13-18
Joh. 12:24-26
Paulus zegt ons in de eerste lezing dat we niet bedroefd moeten zijn zoals de andere mensen die geen hoop hebben.
Paulus zegt niet dat we niet bedroefd mogen zijn. Maar we mogen niet bedroefd zijn op de manier waarop mensen zonder geloof en hoop bedroefd zijn.
Natuurlijk zijn ook gelovige mensen bedroefd als hun een geliefde is ontvallen. Natuurlijk zijn ook wij bedroefd nu ons een broer, een zwager, een oom, een medebroeder, een vriend is ontvallen.
We treuren om een man die op de eerste plaats een fijn mens was, voor zijn familie, voor zijn medebroeders.
En we zijn daarin niet de enigen. De berichten uit Indonesië hebben ons wel duidelijk gemaakt, dat Kees in de lange jaren dat hij in Semarang in de pastorie naast de kerk van Gedangan woonde velen tot vriend is geworden. De enorme toeloop bij zijn begrafenis heeft dat ook bevestigd. Nu lopen er in Indonesië al gauw een paar honderd mensen mee in een begrafenis en ze zijn wat dat betreft in ons noviciaat, waar het kerkhof van de jezuïeten is wel wat gewend, maar dit maal was voor de zekerheid op duizend mensen gerekend en dat bleek nog te weinig te zijn.
Dat gebeurt niet vanzelf. Daar moet je wel wat voor doen.
En Kees heeft er veel voor gedaan. Allereerst was hij priester en deed hij het gewone werk van een priester in de parochie. Maar Kees wilde meer, geheel volgens de aansporing van St. Ignatius, de stichter van de jezuïeten, die zijn volgelingen aanspoorde tot het <magis>, het meer. En dat <magis> was voor de jezuïeten vaak het onderwijs. In het grootste deel van de wereld hebben jezuïeten zich bezig gehouden met onderwijs, meestal middelbaar onderwijs of universiteiten. Op Java deed zich de situatie voor dat Pater Frans van Lith zich in het begin van de 20ste eeuw inzette voor lager onderwijs in de desa’s. De vele schooltjes, waar onderwijzers les gaven die op de kweekschool van Van Lith waren opgeleid, hebben een enorme invloed gehad op de ontwikkeling van de mensen in de desa en ze zijn een bron geweest van vele bekeringen tot het katholiek geloof. Tot op deze dag zetten de jezuïeten zich in voor deze schooltjes in de Kanisiusstichting. Het is het levenswerk geweest van Kees Oosthout.
Het is niet eenvoudig om die scholen draaiend te houden in de arme desa’s. Allereerst moet er geld voor worden gezocht. De scholen moeten worden gevisiteerd, maar er zijn vaak nauwelijks wegen. Geschillen moeten worden beslecht, onderwijzers overgeplaatst, de sfeer op school moet worden bewaakt. Het lijkt niet veel op het gewone missionarissen-leven zoals vele mensen zich dat voorstellen. Dat was het ook niet, maar het was wel het leven van een echte jezuïet.
En ook daarin zocht hij het <magis>. Was het al moeilijk om geld bijeen te zoeken voor de salarissen van de onderwijzers, Kees Oosthout vatte het stoutmoedige plan op om ook een pensioenfonds op te richten voor de oude onderwijzers. Hij was bezorgd voor hun toekomst. Hoe hij het ooit heeft aangedurfd om daarmee te beginnen is mij een raadsel. Maar Kees was vol optimisme en had een groot vertrouwen in de Voorzienigheid. Niettemin moet het hem toch menige slapeloze nacht hebben bezorgd.
Goed, hij was handig met geld, al was hij daar nooit voor opgeleid. Hij had goede contacten met de Chinezen van de stad, die ook goed wisten hoe ze van geld meer geld moesten maken. Maar hij zal toch vaak naar zichzelf hebben gekeken en zich hebben afgevraagd hoe hij in de positie van directeur van een groot pensioenfonds terecht was gekomen. Dat zal hij toch niet gedacht hebben toen hij als novice intrad in de Orde.
Toch was het nog steeds dezelfde inspiratie als die hem ertoe had gebracht om in de Orde te treden: het verlangen om zich aan God te wijden en de dienst aan de medemens.
Het wordt prachtig verwoord in de kleine parabel die Jezus vertelt in het evangelie van vandaag. Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft blijft hij onvruchtbaar.
Alleen als hij sterft brengt hij rijke vrucht voort.
Kees heeft zijn eigen leven durven prijsgeven voor de ander. Hij heeft niet zich niet vastgeklampt aan zijn eigen leven, maar het prijsgegeven voor het welzijn van de ander. Voor het levensgeluk van zijn onderwijzers en hun gezinnen heeft hij zijn eigen gemoedsrust op het spel gezet. Voor het welzijn van de Kerk op Java was hij dag en nacht met scholen en geld bezig. Dat was zijn roeping. Daaraan wijdde hij zich totaal. Het heeft rijke vruchten voortgebracht.
We treuren dat hij nu van ons is heengegaan. Maar we treuren niet als mensen die geen hoop hebben. We hebben dezelfde hoop als Kees Oosthout, al hebben we er misschien niet zo consequent naar geleefd als hij. We vertrouwen erop dat de Heer die hij zo trouw gediend heeft nu tegen hem hetzelfde heeft gezegd heeft als tegen de knechten die hun talenten zo goed benut hadden:
Uitstekend, goede en getrouwe knecht. Over weinig waart ge trouw, over veel zal Ik u aanstellen. Treed binnen in de vreugde van uw Heer.