In
de nacht van 23 op 24 november in Nabire (Papoea, Indonesia) is overleden onze
medebroeder
Ruud Kurris
Hij werd 11 augustus 1929 in Maastricht geboren, trad 7 september 1949
in onze orde en werd 31 juli 1962 priester gewijd.
Een jaar na zijn intrede vertrok hij naar Indonesia, waar hij zijn
noviciaat en verdere studies voltooide.
Na zijn tertiaat in Wepion werkte hij als parochiepriester in Tanjung
Priok (1964 - 1972) en Kebayoran Baru, Jakarta (1972 - 1985). Van 1985 tot 1993
was hij de pastoor van de kathedraal van Jakarta. Vervolgens vertrok hij naar
Kampung Sawah, Bekasi, waar hij werkte van 1994 tot 2002 en een nieuwe kerk
bouwde, toegewijd aan de H. Servatius. Van 2002 tot 2006 was hij pastoor in
Noord-Sumatra, maar keerde in dat jaar terug naar Java om assistent te worden
in de parochiekerk van Solo. In 2009 nam hij zijn intrek in ons bejaardenhuis
in Giri Sonta.
Op zoek naar gegevens voor zijn boek over de geschiedenis van de
katholieke missie in Papoea (Nieuw Guinea) overleed hij plotseling in Nabire.
Hij is de auteur van verschillende boeken waaronder een boek over de eerste
jezuietenmissionaris in Nieuw Guinea, pater Cornelis le Cocq d'Armandville,
naar wie het college in Nabire genoemd is, waar hij is gestorven.
Op vrijdag 25 november is zijn lichaam naar Jakarta gevlogen, alwaar op
vrijdag en zaterdag een requiemmis voor hem werd opgedragen.
De eucharistie ten afscheid werd op zondag 27 november om 11. 00 u.
gevierd in de parochiekerk van Giri Sonta, waarna zijn begrafenis volgde op het
kerkhof aldaar
Dat het eeuwige licht hem verlichte.
In Memoriam
Pater Ruud Kurris
s.j.
Geboren: Maastricht,
29 augustus 1929
Overleden: Nabire,
Indonesie, 24 november 2011
Ruud Kurris was een
ambivalente mens, idealist en realist, nederig tussen de eenvoudigen en trots
op zijn afkomst, rechts in zijn denken en links in zijn doen, zakelijk -
nuchter en gevoelig, traditioneel en modern denkend, sober en bourgondisch,
werelds en vroom.
Maar bovenal was hij een blijmoedige en contente mens. Dat optimisme deed hem
oud worden ondanks een jarenlange, slepende hartkwaal.
Hij stond -volgens zijn zeggen- met een been in Indonesie, het andere 'in zie
geleef Mestreech'. Hij leefde dan ook van het nieuws uit zijn geboortestad en
van de overvloedige contacten met zijn familie. Bewonderend en zich
verwonderend ging hij luidkeels door het leven, zich 'sjaggernerend' , dan weer
schaterlachend.
Ruim zestig jaar verbleef hij in Indonesie. Daar werd hij jezuiet en werkte er
na zijn filosofische en theologische studies en zijn priesterwijding met een
nimmer aflatend enthousiasme als missionaris op Java en Sumatra, waar hij
voorging in de liturgie en nauwgezet dagelijks gezinnen bezocht, zieken en stervenden
bijstond en kerken bouwde en restaureerde.
Ook schreef hij een aantal boeken over de kerkgeschiedenis van Indonesie uit
eigen interesse, maar vooral om belangstelling te kweken voor een Kerk die
voortgaat.
Dapper, geinspireerd en onvermoeibaar heeft hij Jezus in alle eenvoud gevolgd
onder vaak barre omstandigheden in het besef dat de Heer hem nabij was.
Beloond voor die inzet en trouw viert Ruud nu zijn eeuwig Pasen.