Leo Kramer

 

“Als iemand mij liefheeft zal hij mijn woord onderhouden” lezen we bij de evangelist.

Leo was iemand die hongerde naar liefde. Daarom is hij priester en religieus geworden.

Had hij vrienden in de societeit? En vriendinnen daarbuiten? Of was hij wat je noemt een ‘loner’?.Ik weet het niet. Ik had hem nooit goed gekend voor hij bij ons hier in huis kwam. Maar toen ik van hem afscheid nam op de avond vóór de Provinciale Congregatie zei hij- en ik weet dat hij het meende – ‘Ik zal je missen, Frits.’ Maanden lang had ik bijna elke avond bij hem gezeten, ik las voor uit ‘Ignatius Achterna’ en bad een psalm. Vooral psalm 139 was hem dierbaar.’Gij peilt mijn hart en Gij kent mij. Gij hebt uw hand op mij gelegd. Ik dank U. Door U ben ik gekend, mijn ziel en mijn gebeente.’ Als ik hem dan zegende was hij zichtbaar aangedaan.’Dank je, Frits’ Ook de verplegenden en verzorgsters hebben hem leren kennen als een dankbaar mens.

 

Wij moeten zingen dat het een aard heeft, juichen voor God de rots van ons behoud. Ja, hij kon zingen dat het een aard heeft. Een beetje aan de harde kant …!?

Bij zijn afscheid als pastoor in Uithoorn in februari 1998 (Leo is dan 70 jaar) wordt hij

in toespraken geprezen als een gedreven, inspirerende en wijze “pastor die gewapend met een grote dosis wijsheid – en, daar heb je het - met een sonoor stemgeluid! - Gods Volk onderweg zingend en biddend is voorgegaan…en dát met vallen en opstaan, tegen alle stormen in. Steeds proberend mensen te overtuigen van de waarde van Gods boodschap”. “We kijken met veel waardering terug op de samenwerking met jou in de afgelopen jaren, zegt een predikant….Als voorzitter van het convent van pastores  liet je nooit onduidelijkheid bestaan over hoe je over bepaalde zaken dacht, maar dat maakte de dialoog over wat wel en wat niet kan in de oecumene wel helder”. ‘Wat je samen kunt doen moet je samen doen, wat niet kan, dat moet je niet forceren.’ Leo, jouw inbreng in de oecumene zullen we missen!’(ds Hotenius).

 

In zijn afscheidspreek als pastoor sprak hij over de onzekere toekomst van de parochie.  “Kinderen reageren soms geprikkeld op overbezorgde ouders die steeds maar bang zijn dat het niet goed zal gaan en ze de vrijheid niet aankunnen enzovoort: Ze zeggen tegen hun ouders:‘Vertrouwen jullie me niet? Ik loop heus niet in zeven sloten tegelijk’ En als ze slim zijn zullen ze toevoegen: Heb je dan geen vertrouwen in de opvoeding die je me gegeven hebt? Die was toch bedoeld om me op eigen benen te leren staan?’

Als pastoor denk je bij het verlaten van een parochie: ‘Als het maar goed gaat’!  .. En als het dan een keer fout gaat, reageer je dan met ‘ Zie je wel, ze denken alles beter te weten en de ervaring van anderen in de wind te kunnen slaan’? Of met ‘Jammer! maar geen man over boord. Een mens mag fouten maken, als hij van zijn fouten leert. Kop op, in vertrouwen verder.’ Bemoedigen werkt veel beter dan afkammen.’

 

‘ “Pastoor, maak je daar maar geen zorgen over, het komt allemaal best voor elkaar” hoor je de vrijwilligers zeggen. Ik hoop dan maar dat niet alleen de werkgroepen er zo over denken maar ook de rest van de parochie.

Ik weet wel: Niet de eigen identiteit is het hoogste goed, maar of de boodschap van Jezus zo goed mogelijk doorgegeven en beleefd kan worden…’

 

En Leo eindigt met “In het evangelie lezen we dat als we Jezus erom vragen Hij zijn Geest zal schenken om altijd bij ons te blijven. We hebben die Geest nodig om de juiste weg te blijven bewandelen, om elkaar in voor- en tegenspoed vast te houden, om samen kerk, samen parochie te zijn. Jezus noemt Hem de ‘Helper’, iemand die ons te hulp schiet vooral bij tegenwind.

Ik las gisteren in de krant: Met de wind in de rug is iedereen een goed zeiler. Maar o wee als de wind draait! De wind is nu aan het draaien, Ik hoop dat u ook in deze periode goede zeilers zal blijken te zijn. Jezus zal u niet als wezen achterlaten.” 

Een goede, trouwe herder is Leo geweest in zijn verschillende parochies.

Ook in het interview van de IKON met Leo (mei 1985)  blijkt, dat mensen die zich beslist geen ‘koploper’ vinden, juist vanuit inzet in de gewone parochiepastoraal, tot dezelfde gevolgtrekkingen kunnen komen als anderen die in den lande meer opvallen… Ook al is hij zelf aan een traditionele manier van religieus leven volkomen  (en kennelijk tevreden) trouw gebleven, trouw aan zijn eens gegeven woord.

 

‘Als iemand Mij liefheeft…’

 

Wat betekent dat: Jezus liefhebben?

“Hem willen toebehoren die ons zijn woord gegeven en het gehouden heeft. De gemeenschap met Hem boven alles stellen, naar zijn tegenwoordigheid verlangen. Wie zo liefheeft prent het woord van de geliefde in zijn geheugen, klampt er zich aan vast, laat het niet los, volbrengt het waar hij kan. Zo’n liefde zal volkomen vervulling vinden: God en Jezus Christus komen tot hem en wonen bij hem.

Naarmate wij ons heil alleen in hem en niet in onszelf zoeken, in die mate zal Hij ons vervullen en bezit van ons nemen” (Bonhoeffer 27 mei).

 

Wij hebben Frans horen lezen uit De Wijsheid van Sirach: ‘Mijn kind, als je de Heer gaat dienen, bereid je dan voor op beproevingen. Laat je hart de juiste weg inslaan, laat het sterk zijn. Houd je aan Hem vast en laat Hem niet los, dan zul je uiteindelijk groter worden.’

 

We hebben Leo leren kennen in zijn ziekte. We mogen nu deze woorden van Sirach aanhalen: ‘Jij die de Heer vreest, verwacht zijn erbarming, hoop op het goede, op eeuwige blijdschap en medelijden. Want zijn vergelding is een eeuwige gave, verbonden met vreugde.’ Zo zij het. Amen.                                                                                                            

 

Berchmanianum.

                                                                                                                      30 november 2006