Leo Kramer

Priester van de Societeit van Jezus

* Amsterdam                                                                                         + Nijmegen

10 februari 1928                                                                                    26 november 2006

 

“Als iemand Mij liefheeft  zal hij mijn woord onderhouden”( Jo 14.23).

Leo was iemand die hongerde naar liefde. In de daagse werkelijkheid vertaalde zich dat onder andere  in toewijding aan zijn werk als pastoor in verschillende parochies.

Bij zijn afscheid in Uithoorn in februari 1998 (hij is dan 70 jaar) wordt hij in toespraken geprezen als een gedreven, inspirerende en wijze “pastor die gewapend met een grote dosis wijsheid – en met een sonoor stemgeluid! - Gods Volk onderweg zingend en biddend is voorgegaan…en dát met vallen en opstaan, tegen alle stormen in. Steeds probeerde hij mensen te overtuigen van de waarde van Gods boodschap”. En: “We kijken met veel waardering terug op de samenwerking met jou in de afgelopen jaren….Als voorzitter van het convent van pastores  liet je nooit onduidelijkheid bestaan over hoe je over bepaalde zaken dacht, maar dat maakte de dialoog over wat wel en wat niet kan in de oecumene wel helder. ‘Wat je samen kunt doen moet je samen doen, wat niet kan, dat moet je niet forceren’ was een van je uitspraken. Jouw inbreng in de oecumene zullen we missen!”

In zijn laatste preek als pastoor zei hij o.a. “Kinderen reageren soms geprikkeld op overbezorgde ouders die steeds maar bang zijn dat het niet goed zal gaan en ze de vrijheid niet aankunnen enzovoort. Ze zeggen: ‘Vertrouwen jullie me niet? Ik loop heus niet in zeven sloten tegelijk’. En als ze slim zijn zullen ze toevoegen: ‘Heb je dan geen vertrouwen in de opvoeding die je me gegeven hebt? Die was toch bedoeld om me op eigen benen te leren staan?’

‘Als het maar goed gaat’ denk je als pastoor bij het verlaten van een parochie. En als het dan een keer fout gaat, reageert u dan met: ‘ Zie je wel, ze denken alles beter te weten en de ervaring van anderen in de wind te kunnen slaan’. Òf met: ‘Jammer, maar geen man over boord. Een mens mag fouten maken, als hij van zijn fouten leert. Kop op, in vertrouwen verder.’ Bemoedigen werkt veel beter dan afkammen. We hebben Jezus’ Geest nodig om de juiste weg te blijven bewandelen, om elkaar in voor- en tegenspoed vast te houden, om samen kerk, samen parochie te zijn. Jezus noemt hem de ‘Helper’, iemand die ons te hulp schiet vooral bij tegenwind.”

 

Tijdens de uitvaart las zijn broer Frans uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach: ‘Mijn kind, als je de Heer gaat dienen, bereid je dan voor op beproevingen. Laat je hart de juiste weg inslaan, laat het sterk zijn. Houd je aan Hem vast en laat Hem niet los: dan zal je uiteindelijk groter worden.’

Tegenwind heeft Leo gehad! Zeker ook in die laatste jaren van zijn ziekte.

‘Jij die de Heer vreest, verwacht zijn erbarming, hoop op het goede, op eeuwige blijdschap en medelijden. Want zijn vergelding is een eeuwige gave, verbonden met vreugde.’(Sirach)