Ik
kende André Konig
Ik
leerde André kennen in september 1941, op de eerste dag van de eerste klas van
het gymnasium Aloysiuscollege in Den Haag. We kwamen naast elkaar te zitten.
André
had vanaf het begin interesse voor toneelspelen. Vandaar dat hij al gauw in
contact was met pater van Hees, toenmaals surveillant in het Haagse college.
Pater van Hees had de leiding van de toneelclub. Hij gaf er veel tijd aan om
André te leren perfect te articuleren. In 1943, in de 2e klas,
speelden we "De ivoren deur"
waarin André de rol van koning speelde.
Ik mocht soldaat zijn, zonder tekst. Daarna was hij steeds vertegenwoordigd in de bezetting van het jaarlijkse grote
toneelstuk op het Rectorsfeest.
In
de derde gym, midden in de oorlog, richtten wij, samen met twee klasgenoten,
een muurkrant op, getiteld: "Het wel en wee van gym III B". Ongeveer
elke veertien dagen punaisden wij 12 velletjes op een groot bord, vóór in de
klas. André en ik hadden allebei een vader met een typmachine, dus wij moesten
de krant in druk brengen. We genoten ervan als we zagen dat de ene na de andere
leraar na de lessen die muurkrant in ons lokaal kwam lezen.
André
was, met zijn eigen woorden, zozeer bezig met toneel dat hij de vijfde klas
moest doubleren. Hij deed dus een jaar later eindexamen, in 1948.
Maar
ik, als tweede jaars novice, ontmoette
hem een jaar later weer in Mariëndaal, en drie jaar later in Nijmegen in de Houtlaan.
In de vakantie die wij doorbrachten op de Hoge Hoenderberg, was door onze
voorgangers een openluchttheater gebouwd. Daar
werden klassieke stukken opgevoerd, met André in de hoofdrol. Ik ben
vergeten welke stukken.
André
was ook een bewonderaar van Toon Hermans. Hij mocht zelfs van de overste een
enkele keer naar een echte voorstelling. Dat hebben we geweten. Het was
gewoonte bij een feest dat er een zogenaamde pan, zo noemden wij cabaret, in de
refter werd opgevoerd. André deed dat met verve, samen met Henk van Luyk op de
piano en Joep van Beeck als tegenspeler.
De liederen die hij daar presenteerde liggen nog in ieders geheugen. We lagen
dubbel. Bijzonder aan deze optredens was dat André wel mensen in het ootje nam,
maar nooit echt kwetste. Ik herinner mij Pater Nota, Nys van Lier, Chauvigny de
Blot, enz., die stevig maar respectvol
onder handen werden genomen Het was
zelfs leuk om door hem bezongen te
worden! Diezefde tonelen speelden zich af in Maastricht tijdens de theologie.
Daar
kwam ik in 1958 aan na vijf jaar surveillance en geschiedenisstudie. In 1959
werd ik gevolgd door André die zo belangrijk scheen voor de begeleiding van de
bovenbouwleerlingen van de Breul, dat ze hem twee jaar langer dan normaal
hielden. Hij werd gewijd in 1961.
Na
het tertiaat in Münster kwam ik in Delft terecht als leraar geschiedenis en
godsdienst. André werd, samen met een
geheel nieuw team, geplaatst in het bezinningscentrum Guldenberg in Helvoirt en
werd daar na korte tijd ook superior. Het enige wat ik daarvan weet is, dat hij
een goede naam had als conferentieleider. Hij had ook een kennelijk uitstekende
cursus gevolgd in Nijmegen (ik weet niet meer hoe die heette) in
communicatie-vaardigheden en begeleiding van groepen.
Toen ik uitgetreden was, in 1971 en
getrouwd met Jetteke Colenbrander, werd ik met open armen ontvangen op het KPC.
Op zondag bezochten wij vaak de alternatieve kerkdienst in Guldenberg, die o.a.
door André werd geleid. We hebben hem daar enkele keren bezocht en ik vertelde o.a. over het werk op het KPC. André trad uit
in 1973 toen hij kennis gemaakt had met Luce. Op een dag (het was meen ik in
1982) vroeg mijn directeur mij om advies: Er had zich een zekere heer Konig
gemeld die vroeg of hij wellicht in dienst zou kunnen treden. Het probleem was
dat er geen formatieplaats beschikbaar was. Ik heb de directeur toen bezworen
om André hoe dan ook aan te nemen, omdat hij een uitstekend agoog was. Ook
Frans van de Poel gaf dat advies. En dus werd er zomaar een plek uitgevonden:
in de afdeling organisatie en planning. Nu was het nog de kunst voor mij om
André ook in het project
leerlingbegeleiding te krijgen, dat ik coördineerde. Dat kon alleen als het
ging om "ontwikkelingswerk", waar ook geschriften uit zouden komen.
De projectgroep had al eerder een reeks tweejarige "cursussen"
opgestart, waarin wij interne
begeleiders van scholen opleidden. We beschreven dit voortaan als een
belangrijk ontwikkelingsproject en André werd met een halve baan aan ons
toegevoegd. André, Jan Lap en ik vormden
een hecht driemanschap. Wij schreven twee flinke boeken, waarin we uit de
doeken deden hoe wij leerlingbegeleiding in de school zagen (ons model werd in
een zeer groot aantal scholen op den duur ingevoerd) en hoe interne begeleiders
in de school te werk konden gaan..Dit was mijn fijnste tijd op het KPC door de sterke binding die wij met
z'n drieën hadden. Ik heb samen met André vier cursussen van twee jaar gegeven,
hij de communicatie, gesprekskant, ik de begeleidings-onderwerpen. Nog jaren
later kwamen deelnemers terug om met
André en mij te praten. André schreef twee bijzondere boeken. Het eerste was
"Mentor en leerling in gesprek, practische gespreksvaardigheid voor
begeleiders" (1987) , waarvan ik later een nieuwe versie mocht maken, en
"Krisisbegeleiding in de school, handreiking voor leraren" (1988),
waarvan in 2009 een vernieuwde versie verscheen. . Beide boeken zijn
juweeltjes, helder zoals André altijd was, praktisch voor het werk in de
school, en geheel gericht op de leraar.Hij deed natuurlijk ook ander werk in
het KPC, o.a. begeleiding van KPC-ers en projectgroepen. Ik werd gepensioneerd
in 1992, André een jaar later. Sindsdien zagen we elkaar op onze verjaardagen
en op bijeenkomsten van KPC-senioren. Begrijp dat ik na het overlijdensbericht een week lang erg verdrietig ben geweest. Hij
was een dierbare vriend. Hij was een kanjer!
Piet Gieles

Klas Gym IIIB (André
Konig voorste rij derde van links, Piet Gieles 2e rij helemaal rechts)

De klassekrant Het wel en wee van gym
III B

Toneelstuk De ivoren
deur.

De uitgebreide
projectgroep leerlingbegeleiding
(André Konig staande derde van links, Piet Gieles staande
geheel rechts.)