Uitvaart Gerard Klijn

vrijdag 9 november 2007, Martinuskerk Breda-Princenhage

door Rud Smit, pr.

 

Begroeting

De oude bede om eeuwige rust, requiem aeternam, is Gerard Klijn toegezongen.

Jullie, zijn gezin en familie hebben hem tot hier vergezeld.

We zijn bijeen om afscheid te nemen en om te vieren dat zijn leven zijn voltooïng moge vinden in het licht en de vrede van God.

 

Ik heet U allemaal van harte welkom.

Jullie, zijn eigen gezin,

jij, Jeannette, 32 jaar aan zijn zijde,

jullie, zijn vier kinderen, en zij die daarbij zijn gaan horen

Michel,

Maaike en Martijn, ouders van Daantje,

Karlien en Givanni, ouders van Thomas en Nathan,

Geertje en Sven.

Die drie kleinkinderen zijn hier niet, nog te klein, en Givanni is hier ook niet,

past op Thomas in het verre Ierland.

 

De kring die ik wil begroeten is veel groter

u allemaal van de familie Klijn, broers en zussen van Gerard, en neven en nichten,

en iedereen van de familie Nijeholt, de directe familie van Jeannette.

En dan u allen:

de kring van vrienden, buren en bekenden,

de leden van die àndere familie van Gerard, leden en oud leden van de sociëteit van Jezus,

collega’s, oud collega’s van Gerard, werkers in het pastoraat van het bisdom Breda,

van hen ben ik er een, jarenlang pastor in deze parochie en horend tot de Princenhaagse gemeenschap.

 

Maar de kring waarin Gerard zich bewoog is veel groter:

ik begroet allen uit de instellingen en verbanden waarin hij werkte,

uit het Amhiaziekenhuis, waarin Laurens en Baronie zijn opgegaan,

uit het Merwedeziekenhuis in Dordrecht,

en uit de wereld van de katholieke verenigingen en organisaties waaraan Gerard heeft meegewerkt, studiegenoten uit Leuven, leden van de Vereniging voor Pastoraal Werkenden,

maar bovenal: de mensen voor wie hij vriend. raadsman, pastor  was, velen jaren en jarenlang.

 

Gerard is afgelopen maandag plotseling overleden.

Zaterdag was zijn verjaardag, hij werd 72 jaar, hij klaagde over pijn in de rug, een hernia, door de rug gegaan bij het sjouwen met een tafel ?

Die pijn is verergerd in het weekend. Maandag werd hij in het ziekenhuis opgenomen en werd de diagnose gesteld: anorisme, levensgevaarlijke verdunning in de aorta. Onmiddellijke operatie, maar geen redden meer aan.

En je schreef op, psalm 103:        mensen zijn als bloemen in het veld

                                                    een zuchtje van de wind en ze zijn verdwenen

Ze zijn verdwenen ?      Ze zijn opgenomen in een geheim van licht en vrede, zo is ons bidden vandaag  nu de sprakeloosheid en verbijstering wat gezakt is.

Dat willen jullie aan het begin van deze dienst laten zien. Ik wil je vragen om de kaarsen rond Gerard aan te steken.  Om ons geloof te sterken.

 

preek.    (na Prediker 12, 2-8 en Johannes 3, 1-8)

 

Een wetsgeleerde komt midden in de nacht naar Jezus toe.

Iemand die weet dat je in de nacht goed kunt schrijven en denken. Een computer hadden ze toen nog niet, en Nicodemus had dus niet de vaardigheid van Gerard om overdag en ’s nachts uren en uren te schrijven, bladzijde na bladzijde, voetnoot na voetnoot. Maar ik zie in hem, in het evangelie, een verwante ziel: een scherpzinnige zoeker naar waarheid en recht, kenner van de wet, van de grote lijn en van de kleine lettertjes.

Hij wil vragen stellen, de nieuwe profeet peilen. Hij heeft die drive die ook Gerard had dat hijwil weten en kennen alles wat er gaande is op het terrein van levensbeschouwing en spiritualiteit, van organisatie en hulpverlening.

Bij Gerard is er dat vanaf het begin: op de middelbare school geraakt, geroepen om op het geestelijke zijn leven op te richten: de sociëteit gevonden, dat mannenleger van mensen met een helder hoofd en een op God en de medemens gericht hart.

Daarbinnen gevormd en gegroeid en daarna als Nicodemus: bereid om te blijven zoeken, lezen, studeren en niet bang te zijn voor nieuwe inzichten, nieuwe wegen.

 

Nicodemus in het evangelie ging zo’n nieuwe weg in. Nagenoeg als enige van de wetsgeleerden en mensen uit de leidende Joodse kringen zocht hij Jezus op, wilde hem peilen en met hem het gesprek aangaan.  Na de urenlange ontmoeting gaf hij zich aan hem gewonnen en kon uiteindelijk voor hem kiezen.

Van dat nachtelijke gesprek lazen we het eerste stuk.

 

Gerard heeft na strijd en nachtelijk tobben ook op een bepaald moment zijn keuze bijgesteld.

Bij hem niet wegens de leer, maar wegens het leven. Gevoeld dat hij naar een andere plaats in de kerk en samenleving werd geroepen. Dat hij niet blijvend zou kunnen leven in de kloosterlijke huizen van het keurcorps van ongehuwden, maar dat hij zijn eigen plaats in het Godsvolk zou moeten zoeken,  een eigen huis, een eigen gezin. Hij zocht zijn weg, kreeg heel ander werk, ademde vrij.

Gods genade was met hem; Jeannette kruiste zijn pad en na enkele jaren was er die plaats waar hij helemaal thuis was: gezin met jonge kinderen, huis in Breda. pastoraal werk in twee ziekenhuizen. En energie over om alles aan te pakken wat toen op zijn pad kwam en waarin hij zijn talent en gedrevenheid kwijt kon: zorg voor het eigene van het pastoraat, zuinig zijn op het erfgoed, zorg voor het typisch  katholieke, de roeping van de leek, de eigen taak van de pastor, de band met de bisschop. Altijd weer die combinatie: hulpverlener aan de enkeling: daarin sterk: wie zelf door een crisis is heengegroeid kan mensen die in een crisis zitten helpen. En tegelijk steeds dat oog voor structuren en verbanden: man van de collegialiteit tussen de collega’s en van de beroepsvereniging.

 

Terug naar Nicodemus. Het nachtelijk gesprek van deze waarheidszoeker met Jezus had een wat aparte vraagstelling. Nicodemus heeft Jezus horen zeggen dat een mens opnieuw geboren moet worden en kan dat niet zo goed vatten. Hij is gefascineerd door dat menselijke wonder vn de geboorte; misschien is hijzelf net vader of grootvader geworden. Hij is er vol van: een mooier geheim in onze mensenwereld is er niet. Gerard denkt ook zo: geboorte van eigen kinderen als vervulling van dat diepe eigen verlangen.  Nu, vijf en twintig jaar later, mocht hij dat opnieuw van heel dichtbij zien: grootvader geworden, en daarmee gezinsman als nooit tevoren.

Voor jullie, zijn kinderen, is dat een heel kostbaar geschenk: de nabijheid en zorg van jullie vader Gerard in de laatste jaren. Hoe hij ineens er helemaal was, op de spannende momenten in jullie leven, bij de keuzes die jullie maakten, bij die verrassende en energie vretende ontwikkelingen. Gerard als opa met Thomas aan het handje, Gerard als klusser en steun en toeverlaat voor de jonge ondernemer, Gerard via de webcan contact leggend met de kleinkinderen in Ierland.

Het gezinsleven heftig en mooi: en vol rijke toekomst.

 

Moet je herboren worden ? Nee toch. Het leven hoeft toch niet anders. Dit is toch een rijkdom: leven is liefde, is geboren worden, en groeien tot volwassenenheid, en dan je plaats vinden in de estafette van het leven.

 

Nee, er is toch meer. Jezus wijst Nicodemus erop dat er nog iets bij komt. Een mens moet speuren naar de geest. Een mens kan niet leven zonder diepgang, zonder idealen, zonder droom, zonder geloof, hoop en liefde. Dat vraagt om een andere geboorte: dat in een mens openbreekt gevoel voor het goddelijke in hem, dat hij dat toelaat en uitbouwt.

Nicodemus heeft dat van Jezus begrepen, werd gevoelig voor de geest, werd herboren.

Gerard heeft dit al vanaf zijn jonge jaren begrepen, heeft altijd geweten dat er meer is, heeft dat wonderlijke waaien van de geest kunnen  horen en duiden en doorgeven.

 

Is dat nu voorbij, nu ineens de knop lijkt omgedraaid. Van het ene op het andere moment is Gerard stil gevallen: zijn levensgeest geweken.

 

Ik kom bij de tweede tekst die we hebben gelezen, uit het boek Prediker.

Over wat er maandag is gebeurd.

In prachtige beelden beschrijft de wijsheidsschrijver (van 2500 jaar geleden)  hoe het is als een mens sterft: de vrouwen die malen staken hun werk, turen in de nacht, de huisdeur valt op slot, alle geluid sterft weg, zilveren snoer doorgeknipt, gouden lamp stuk op de vloer: een mens is op weg naar zijn laatste verblijf.

Gerard gestorven, ineens een lege plaats, allerlei werk onaf.

 

En dan zegt de tekst wat dan in essentie gebeurt:

de mens, gemaakt uit stof, keert terug naar de aarde.

Het lichaam heeft zijn glans verloren, wordt afgebroken, vervalt tot stof , verwaait in de wind.

En nog iets anders: de levensgeest keert terug naar God, oorsprong van het leven.

 

Opnieuw over de geest. Die levensadem, door God ingeblazen. Die keert terug naar God.

De levenskern , het eigene en unieke, behouden in God.

 

Dood als een nieuwe geboorte.

De geest, al dat zoekende en creatieve, die bron van passie en liefde, nu voortaan deel van het eeuwige.

Het mysterie van God.

 

Rud Smit. pr.