Hier volgt een gecorrigeerde tekst van het :
Hartelijk
afscheid van Guus van Hemert,
maar
ook een oproep tot bezinning.
De
bijeenkomst voor Guus van Hemert op 22 augustus was hartverwarmend. Het was immers
niet alleen de uitvaart van Guus maar ook de herdenking van Nelly Rooymans, zijn
hartsvriendin. Wat heeft zij niet voor Guus betekend.
Haar
dood in 2006 heeft Guus maar over zich heen laten komen. Heel alleen zat hij
daar op de voorste rij in de kerk. Fried Pijnenborg kwam bij hem zitten. Van
goede gebaren gesproken. Ook bij het graf van Nelly sprak Guus niet. Hij vroeg
iemand anders zijn woorden uit te spreken.
Ze
gingen over haar ogen.
Fried
Pijnenborg sprak vrijdag bij de groeve, nu over de ogen van Guus. Het bleef op
Jonkerbos niet bij die woorden. Fried nodigde ons uit om met hem mee te lopen naar
het graf van Nelly, honderd meter verderop.
Het
was fijn hoe in de afscheidsdienst naast Guus ook zijn Nelly een plaats kreeg. Het
is ook goed dat voor haar een plaatsje werd ingeruimd op Guus' gedachtenisprentje.
Doet
zich binnen SJ een ontwikkeling voor in woord en gebaar ten aanzien van de
vrouwen in het algemeen? Is er meer oog gekomen voor die vrouwen die een
bijzondere positie hebben ten opzichte van deze en gene uit de orde? Ik zie
(verhoop) die ontwikkeling. Alleen al daarom deed ik graag mee met de
symbolische maaltijd bij de uitvaart van Guus van Hemert.
---
De
lezer oordele zelf.
Ik
memoreer het opstarten van 'sjoudsj'. Bij de ontvangst van de uitnodiging om
daaraan mee te doen - in het begin van de eeuw - was ik verrast: ook oud-jezuieten
als zodanig kwamen weer in beeld. Ieder van ons herinnert zich zijn eigen
novicenmeester die soms zijn dagelijkse instructie begon met de woorden: 'frater
die en die is vanmorgen naar zijn ouders teruggekeerd'. Daarna ging hij over tot
de orde van de dag, alsof er niets was gebeurd. Nooit meer of hoogstens in
small talk werd iets vernomen van betrokkene.
Er
bleek een scheidsmuur, de groepering bleef in zichzelf besloten.
Langzamerhand
kwam er enige verandering die in positieve zin werd geaccentueerd door de
oprichting van sjoudsj, op initiatief van Antony Singelenberg.
Ik
wees de uitnodiging dus niet af. Maar ik schreef wel dat ik niet alleen was en een
levensvriendin had. Die moest ook uitgenodigd. Ook anderen drongen erop aan
hoop ik maar. Dat was me wat, vrouwen uitnodigen! Het veroorzaakte hier en daar
enige commotie, ook in de Amaliastraat.
Men
vond tenslotte een formule voor sjoudsj. Het werd een bijeenkomst voor jezuieten
en oud-jezuieten en 'personen die hen vergezellen'.
(Er
is tenslotte ooit maar een vrouw geweest die zelf
jezuiet was.)
Op
de eerste bijeenkomst op de Hoenderberg waren op honderd deelnemers sjoudsj
twintig anderen, gezellen van sjoudsj-ers. Inderdaad een betiteling met een glimlach.
Wie wist niet hoe de vlag erbij hing of erbij zou moeten hangen.
Kleine
noot: in mijn brief van toen noemde ik onder andere de naam van Hans Oudshoorn die
begrip had voor wat ik stelde. Hij nodigde mij en mijn vrouw Mechel uit bij hem
thuis, op het Berchmanianum. Wij zaten des middags met de jezuieten aan tafel,
toen nog temidden van kritische ogen of verbeeldde ik me dat maar?
---
Er
is meer te zeggen over noodzakelijke ontwikkeling, verlegging, of liever
loslaten van stelligheden die al lang niet meer te handhaven zijn.
Al
eerder heb in deze kolommen aangedrongen op een discussie erover. Er kwam een enkele
instemming. Het gaat om het bij de tijd brengen van gemeenschappen om Jezus,
die, volgens een lezing in de dienst voor Guus en Nelly, korenaren plukte op
sabbat, genas op sabbat, en daarmee inging tegen de Farizeeen van zijn tijd. Ik
herinner me een prent uit G3, blad van 'Waalheuvel' voor militairen. Hetzelfde
probleem in onze tijd. Een man, kennelijk Jezus, treedt een barokke kerk
binnen. Hij kijkt en kijkt en zegt: 'wat zijn die mensen hier aan het doen'? )*
Wie
mijn verzuchtingen las naar aanleiding van de Krijtberg weet nog wel waarom het
mij gaat. Om het 'Diesseits', niet of slechts in aarzelende zin over het 'Jenseits'.
Met Joris van den Berg sprak ik er laatst over - hij woont niet ver van ons. 'Er
zij geen cirkelgang, we moeten hogerop, we moeten verder, naar beter, diesseits.
Ik
begrijp overigens de Amaliastraat, toen en ook nu. Velen van ons hebben in
materiele zin veel te danken aan het bastion, maar de mindere kant is echt geestelijke
bijstand in mijn zin van dat woord. Zou er geen oorzakelijk verband zijn tussen
de noodzaak van nu om het pand te sluiten en de bakens die (volgens mij) niet
tijdig werden verzet?
---
Maar laat ik terugkeren naar Guus van Hemert sj. Het zijn Guus' woorden op de grafsteen
van Nelly: 'van eeuwigheid naar eeuwigheid'.
Met
ontroering heb ik er rondgekeken. Guus en Nelly, beiden begraven op Jonkerbos,
honderd meter van elkaar, niet naast elkaar.
Ik
bedank Fried Pijnenborg en Peter van Gool voor de afscheidsdienst voor Guus. Zij
verstaan wel wat ik bepleit. Beiden onderkennen het probleem wel zoals ik dat
aangeef. Niet gedogen van relaties alleen is geboden, we hebben na te denken
over hoe bet verder, hoe het anders en beter zou kunnen. De werkelijkheid onder
ogen zien, wat sjoudsj betreft nu het nog kan. Stof te over voor Ravenstein
2012.
Joop
Zijlstra
)*
In de vakantie las ik van Paul Verhoeven - de filmregisseur - het boek 'Jezus
van Nazaret' (Meulenhoff, Amsterdam). Een gedegen, verdiepend en inspirerend
vervolg op 'De aardse Jezus' van Piet Ahsmann. Z.
.