Geheel onverwacht overleed in zijn kamer aan de Graafseweg 11 te Nijmegen op maandag 15 september in de vrede van de Heer onze medebroeder

 

Guus Hendrichs

 

Hij werd 4 mei 1940 te Den Haag geboren, trad 7 september 1957 in onze orde en werd op 20 mei 1972 priester gewijd.

 

Na zijn noviciaat in Mariëndaal en filosofiestudie in Leuven – Eegenhoven kwam hij in 1962 naar het Canisius College te Nijmegen waar hij Klassieke Talen studeerde en in 1968 cum laude zijn doctoraal examen aflegde. Na zijn wijding in 1972 werd hij docent godsdienst (tot 1981), leerlingenpastor (tot 2005) en docent klassieke talen, eerst aan het atheneum Pax Christi te Druten (tot 1975) en daarna aan het Canisius College te Nijmegen (tot 2005). Hij was van 1975 tot 1995 conrector van de Scholengemeenschap Canisius College – Mater Dei, en van 1995 tot 2002 directeur van het Canisius College sector Berg en Dalseweg. Vanaf 1970 tot 1991 was hij jeugdvoorzitter van Union sectie voetbal, en tot op het laatst van zijn leven actief in de voetballerij. Na zijn afscheid als docent werd hij in september 2005 benoemd tot provinciebibliothecaris.

 

De eucharistie ten afscheid werd op zaterdag 20 september om 10. 30 u. gevierd in de parochiekerk  St. Petrus Canisius (Molenstraat 39) te Nijmegen, waarna zijn begrafenis volgde op het kerkhof Jonkerbos.

 

Dat het eeuwige licht hem verlichte.

 

 

Guus Hendrichs S.J.

 

Geboren: 4 mei 1940

Ingetreden: 7 september 1957 na studie in Leuven en Nijmegen

Priester gewijd: 20 mei 1972

Leraar en conrector Canisius College tot 2005

Overleden: 15 september 2008

 

Eigenlijk had op dit gedachtenisprentje een heel karakteristieke foto kunnen staan: Guus als grote bebaarde man in een groen legerjack, een rode helm op het hoofd, op een rode brommer scheurend op weg naar zijn werk, naar zijn mensen op school en bij het voetbal. Een man zonder capsones, betrouwbaar als een looie deur, op wie je altijd vast kunt rekenen.

 

Op het Canisius College was hij als schoolman in hart en nieren, zonder zich op de voorgrond te dringen, uitgegroeid tot een centrale figuur. Hij zorgde ervoor, dat schoolzaken voor leraren en leerlingen soepel verliepen. Voor beiden was hij streng en bemoedigend tegelijk. In zijn omgang met een individuele leerling kon hij uiterst duidelijk in zijn tamelijk grof en volks taalgebruik eisen stellen en stimuleren. Daarnaast was hij ook bezig het College als leefbare gemeenschap te begeleiden en uit te dagen tot buitenschoolse activiteiten en bezinnings-momenten. Bij feesten stond hij als krachtpatser controlerend bij de buitendeur. Heel vaste patronen hadden de schoolvakanties waarin hij heel uitgebreid bij zijn familie verbleef.

 

Zijn tweede leven was gewijd aan de voetbalclub Union. Elke zaterdagmorgen om zeven uur trok hij naar de velden op de Kluis om daar de regie in handen te nemen: elftallen ontvangen, wedstrijd-formulieren controleren, opvangen van kleine strubbelingen, problemen met scheidsrechters opvangen en mee te leven met zijn voetballers. De avond tevoren werd telefonisch die dag uitgebreid doorgenomen.

 

Je kon aan zijn uiterlijk niet zien dat hij een pater was: spijkerbroek, opgestroopte mouwen, slippers, (heel soms een deftig pak), maar al wat hij deed werd gevoed vanuit een verborgen geestelijk leven, vooral uit het evangelie, dat hij soms heel levendig en doorleefd kon uiten, als een uitgangspunt van zijn leven. Zowel op school als pastor, als in de vieringen bij de Kolping-vereniging en in de Petrus Canisiusparochie liet hij zien, dat zijn jezuiet zijn ook naar buiten uitstraalde. Voor zijn huisgenoten tenslotte was hij als overste een betrokken huisvader en dat bijna vijftien jaar lang.

 

Hij ruste in vrede.