Gadiot 001               gadiot-2.JPG

 

Zaterdag 16 april, overleed in het Berchmanianum, in de vrede van de Heer, onze medebroeder

 

Jos Gadiot

 

Hij werd 23 januari 1908 in Maastricht geboren, trad 7 september 1927 in onze orde en werd 15 augustus 1939 priester gewijd.

 

Na zijn tertiaat in Nijmegen was hij van juli 1941 tot februari 1947 werkzaam in de parochie van St. Ignatius (Rozengracht) in Amsterdam als kapelaan, catecheet en directeur van de congregatie voor vrouwen. Daarna was hij twee jaar aalmoezenier van de gedetineerden in kamp Vught, en van 1949 tot 1958 kapelaan in de St.Ignatiusparochie in Rotterdam (Eendrachtsweg) en moderator van de RK. Studentenvereniging St. Laurentius. Van 1958 tot 1973 was hij werkzaam in de St. Josef in Groningen als kapelaan en aalmoezenier van de Mesdagkliniek. Van 1974 tot 1990 was hij als pastor verbonden aan het verzorgingshuis Petrusberg in St. Odiliënberg, en verleende hij daarna verschillende assistenties, o.a.  bij de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid in Montfoort. In 1999 werd hij huisgenoot in het Berchmanianum

 

De eucharistie ten afscheid is op woensdag 20 april om 11. 00 u. gevierd in de kapel van

het Berchmanianum te Nijmegen, waarna zijn begrafenis is gevolgd op het kerkhof Jonkerbos

 

 

Een liefdevol aandenken aan

 

Pater Joop Gadiot S.J.

 

Joseph (voor familieleden Joop) Gadiot werd 1908 in Maastricht geboren uit een bemiddelde, hooggeachte familie en deed zijn gymnasium te Nijmegen, als intern op het Canisiuscollege 1920-1927. In 1927 werd hij Jezuïet. Zijn vader was rechter, maar tevens een heel practisch man, die bijvoorbeeld Joop meenam om de steenkolenmijnen onderaards te zien. Pater Gadiot heeft altijd veel van hem gehouden en dat practische is hem bijgebleven. Hij was niet iemand om over diepe onderwerpen, zoals de dood, uitvoerig te praten. Een scheikunde-studie leidde tot niets. Na zijn wijding (1939) bracht hij de laatste oorlogsjaren in Amsterdam door, waar hij tijdens de hongerwinter midden in de Jordaan aan de Rozengracht (de "Zaaier") woonde.

Na de oorlog was hij een aantal jaren werkzaam voor de geïnterneerden in het kamp Vught (1947-1949), werkte te Rotterdam onder meer onder studenten (1949-1958) en begon daarna te Groningen aan de grote tijd van zijn baan als aalmoezenier van het Rijksasiel Dr. S. Mesdag (1958-1973). Vanaf zijn pensioen werkte hij in en rondom Roermond, vooral in verzorgingshuizen en voor zusters (1973-1999). Meer dan elf jaar was hij daarna nog onze huisgenoot in het Berchmanianum (1999-2011). Muziek speelde in zijn leven een grote rol. Hij zag het als een middel om met mensen een relatie op te bouwen. Hij was een goede cellist.

Pater Gadiot had iets van een Oud-Testamentische profeet: hij kwam op tegen wat hij onrecht vond. Daarnaast had hij ook een zeer zachte, menselijke kant, die maakte dat hij juist voor mensen uit de laagste milieus een open hart had, maar ook graag met behulp van de verpleegsters zijn eigen bed opmaakte. Hij was een mens op zoek naar liefde, die ook veel liefde kon geven. Hij werd door God gezegend met een uitstekende gezondheid, zodat hij zelfs 103 jaar werd, en tot het einde iets kon zeggen. Hij mopperde er wel eens over, maar toch voelde ook hij iets voor de rol van Simeon, die als oude en misschien wel blinde of dove man het  kind nog in zijn handen mocht nemen. Over zijn werk zei hij: "Eigenlijk moet je een gevangenis zien als een tehuis voor relatie-gestoorde mensen. Voor een priester is het dan van belang: hoe verkondig je daar de menswording van Christus ? Het antwoord op die vraag kan niet al te moeilijk zijn, want die menswording beoogt juist dat te laten zien: dat God begaan is met de zwakste mensen."

 

Nijmegen, Berchmanianum, 20 april 2011