IN MEMORIAM CHRIS VAN NISPEN TOT SEVENAER.
Van wie vind je het
echt erg als hij dood is, van wiens verdwijning uit de aardse werkelijkheid
word je echt bedroefd, alsof er een gat is geslagen in je leven?
Voor mij gebeurde dit
toen ik het overlijdensbericht van Chris van Nispen kreeg. Ik hield van hem; in
zijn tegenwoordigheid was alles goed. Hoog intelligent, maar zo gewoon dichtbij
dat je je bij hem veilig en op je gemak voelde. Zelden zag ik in zo 'n intelligent
mens, die tegelijkertijd zo gewoon en nederig. Voor mij nu een afspiegeling van
Gods Nabijheid en zo gezien valt het nog weer mee..
We treden gelijk in,
het was 1955. We gingen samen op stage naar huize Anna in Nijmegen. Twee
gebeurtenissen herinner ik mij: we moesten samen een oude man in bad doen die
maar één arm had en uit het stompje dat over was van de andere arm,
groeide een bosje haar. Verder herinner ik mij dat wij op zolder sliepen en het
bloedheet was, hoog zomer. Hij vroeg me op een avond of we samen wat zouden
bidden. Voor hem, een devote jongen, blijkbaar gewoon; ik moest heel wat
schaamte overwinnen.
We verloren elkaar uit
het oog toen hij in 1960 naar Caïro vertrok. Het grootste deel van zijn leven
heeft zich daar afgespeeld, daar moeten anderen hem maar over gedenken.
Rond 2006 zat ik in de
trein, op weg naar Ravenstein voor een Jezuïetenreünie. Er kwam een
keurig geklede man met een priesterboordje om, en een koffertje in zijn hand,
de trein in. Ik keek en keek en na een halve eeuw herkende ik hem. We vlogen
elkaar in de armen. Het viel me op hoe fijn hij dat ook vond en dat ook zei.
Het heilige misdienaarjongetje was een sterke affectieve man
geworden. Chris zou tijdens de reünie een lezing geven. Hij vertelde
daar hoe een Christen en Islamiet prettig met elkaar om konden gaan, wat ze wel
en niet moesten doen. Het was ook het thema van zijn proefschrift dat in
datzelfde jaar in de Nederlandse uitgave verscheen: 'Christenen en
Moslims: confrontatie of dialoog.'. Weinigen zouden dit levensgroot conflict
tot deze eenvoud terugbrengen, zoals hij dat deed: ' ga niet redetwisten
over wie gelijk heeft; vraag hoe iemand zijn geloof beleeft en wat dat voor hem
betekent'.
In 2009 bezocht ik hem
in het Berchmanianum, hij was uit het Midden-Oosten teruggekeerd omdat hij een
hersenbloeding had gekregen. Een oude man, zittend aan een grote tafel waar ook
andere uitgewerkte gebogen mannen zaten, behoorlijk afwezig. Wat een
triestheid, althans voor mij. En nu uit zijn lijden verlost. Maar hij die zo
affectief van Jezus hield en later de Christus in zichzelf gestalte gaf,
verblijft nu in het warme vriendelijke licht van zijn hemelse Vader, daar ben
ik zeker van.
Louis Sommeling