Levensverhaal van Rutger Bremer

 

 

Op uitnodiging van Carel van Tulder en Fried Pijnenborg, bemiddeld door Jac Lampe, schrijf ik hier iets op van mijn levensverhaal. Terecht stellen de initiatiefnemers hun vraag als een vraag om het verhaal in het verhaal, dat wil zeggen als een vraag om reflexie op wat zich in het leven heeft voorgedaan. Het gaat dus niet om een curriculum vitae in de gebruikelijke zin. Dat vindt men in de overlijdensberichten vanwege de provinciale overste en in sommige gevallen vanwege de nieuwsdienst. Ik versta deze uitnodiging als een vraag naar de beleving en de waardering van de levensloop. In die zin is een antwoord er op te zien als een vervolg op de voorzetten die bij SJ/OudSJ reünies zijn gedaan door Ton van der Stap en Henk Hillenaar - om maar enkele goede voorbeelden te noemen. Als een persoonlijke noot.

 

Tja, hoe waardeer ik mijn levensloop? Enkele aanwijzingen, om de lezer op een spoor te brengen. Ik werd geboren in Wijk bij Duurstede en doorliep het gymnasium met uitloop aan het Canisius College te Nijmegen. Ik was novice SJ van 1953 tot 1956 en volgde lessen filosofie in het Berchmanianum van 1956 tot 1958. Trad toen uit en studeerde sociologie in Utrecht van 1958 tot 1966. Eerst werkte ik aan de Universiteit in dienst van Curatoren aan de "inpassing van voortgezette opleidingen" (studiebegeleiding die werd verstrekt aan studenten met een ontoereikende vooropleiding, 1966-1968), daarna trad ik in dienst van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (later kreeg het andere namen) voor de "bevordering van doelmatigheid en deskundigheid" (voorziening in de infrastructuur van het welzijnswerk, 1968-1971) en voor de vormgeving van het jeugdbeleid (1971-1990). In 1986 promoveerde ik op wat ik daarbij op het spoor was gekomen: het sterk rhetorische karakter van de omgang met "jeugd" als maatschappelijk thema ("Jeugd in Opspraak", 1986). Daarna werd ik aangezocht voor een leeropdracht in Utrecht die na verloop van tijd bij gebrek aan sponsoring aan mijn neus voorbijging. Ik studeerde theologie aan de KTUA in Amsterdam  (1990-2000) en werd pastoraal medewerker in mijn eigen omgeving (2000 - heden). Intussen was ik getrouwd (1974) en vader geworden (1976). In 1990 gingen mijn vrouw en ik uiteen. Van vader werd ik grootvader (2011).

 

Dit als raam of contekst. Nu de tekst. 

 

Hoe beleef ik dit alles? Nog veel moeilijker: hoe waardeer ik het?

Eerst maar wat losse vegen op het doek. Als jezuiet: mijn poging is doodgelopen. Ik onthoud me nog even van een waardering. Als rijksambtenaar ben ik weinig geslaagd. Als socioloog ben ik een eendagsvlieg. Als echtgenoot ben ik gestrand. Als vader en grootvader ben ik gelukkig.

Dit zijn heel losse grepen. Ik wil ermee zeggen dat naar menselijke maat (en over welke andere beschikken wij?) mijn levensloop niet kan worden beschreven als een succesverhaal.

Wanneer ik overstap naar het niveau van de waardering dan zie ik in het zeer gevarieerde patroon van mijn belevenissen een rode draad: die van een "kindly light" (J.H.Newman) of een sturende hand die van vallende steken een breiwerk maakt, een voorzienigheid die "recht schrijft langs kromme lijnen" (portugees spreekwoord).

 

In mijn preken (ik mag als vrijwilliger voorgaan in parochiële vieringen) gebruikte ik meer dan eens het beeld van de tom-tom. Ga je de fout in dan corrigeert je de wegwijzer. En luister je niet naar zijn aanwijzingen dan zegt hij eerst: "keer om"; dan zwijgt hij even en wijst je een andere, even begaanbare en soms nog beter begaanbare weg.

Ik heb, om kort te gaan, vrede met het parcours dat ik achter de rug heb (wat komt er nog?). Niet in termen van verrichting: wat heb ik het toch goed gedaan! Maar in termen van netto resultaat. Ik ben waar ik ben en dat soms dank zij maar soms ook ondanks wie ik ben. Ik laat daarbij de waardering van anderen die in mijn leven een rol van beslissende betekenis speelden buiten beschouwing. Deze nabrander moet geen anamnese worden. Doorslaggevend is voor mij de strekking van het frans gezegde: "Tout comprendre c'est tout pardonner". In de hoop dat die anderen er ook zo over denken.

 

 

Bloemendaal, 22-06-12                                                                         Rutger Bremer