Wij gedenken dankbaar
Hans Bijmans
S.J.
Geboren: 20 februari 1934
Overleden: 16 juli 2011
Hij was niet het sterke type dat
het met brutaliteit wint van de zwakkere, integendeel, bij voorkeur stond hij
bij de kanslozen, de mensen in de war. Actie voeren zat hem in het bloed. De
vredesbeweging, Greenpeace, maar nooit zelf op de barricade, of toch, maar dan
als tweede man, en, natuurlijk, als persman.
Altijd bleef hij op zoek, de
tekens van de tijd lezend en er dan zijn God in herkennend, met een trefzekere
waarnemning, om het vervolgens met zijn pen, zijn typemachine, zijn toetsenbord
aan de man te brengen, hoe meer, hoe liever. Het oude logo van De Heraut, een
trompetter, is Hans ten voeten uit:"Het liefst," riep hij eens,
"heb ik een trompet. Ze moeten het allemaal horen!"
Hij kwam al snel in de
kerkelijke nieuwsgaring terecht en heeft als grote verdienste het ontstaan van
tijdschriften als BIJEEN voor de
missie-organisaties, TUSSENBEIDE voor het
bisdom Rotterdam, SAMEN KERK voor het bisdom
Haarlem. In de eigen ordesomgeving was hij de voortreffelijke verbindingsman tussen
de verdeelde jezuieten van de zestiger en zeventiger jaren. Hij zat er bovenop
met zijn blad SJ en zijn onmiskenbaar
sterkste wapen: communicatie.
Hans was geknipt voor de dienst GEESTELIJK LEVEN van het ANP. Trots was hij op de
antennes, die ook op het dak van de eigen Amaliastraat stonden en hem weer zo'n
trompet gaven. Als hij persberichten moest maken in moeilijke omstandigheden
was hij op zijn best. Trefzeker, loyaal, vooral met slachtoffers.
Het samenleven in de orde was
zijn basis, in Den Haag, het Achterhuis en later de Pater Brugmanstraat in
Nijmegen, de Amaliastraat zelf waar hij superior was en in Groningen. Hans was
ook een familieman: daar luchtte hij zijn hart, deelde hij lief en leed en maakte
hij plezier; ook de jezuieten en de parochianen wisten dat hij dat kon.
Hans was in hart en nieren
pastor, deed allerlei advies- en begeleidingswerk om mensen te helpen het spoor
niet kwijt te raken. Maar langzaam kroop het gif van zijn ziekte naar binnen
dat hem juist van zijn communicatieve vaardigheden zou gaan beroven. Hij werd
een doler in zijn eigen huis, richtingloos, rusteloos.
Wij hebben te danken voor het
veelbewogen leven van de eindeloze pelgrim, zoekend, vindend en soms
triomferend, lijdend, trouw zolang hij maar kon. Zo heeft God zich aan ons
getoond in hem.