Donderdag 14 februari 2013, overleed in het Berchmanianum
te Nijmegen, in de vrede van de Heer, onze medebroeder
Piet Beijerbergen van Henegouwen
Hij werd
21 juli 1915 te Amsterdam geboren, trad 7 september 1935 in onze orde en werd
22 augustus 1947 priester gewijd.
Na zijn
tertiaat in Münster was hij van 1949 tot 1959 prefect aan het Ignatiuscollege
te Amsterdam, godsdienstlereraar en sportmoderator. Daarna was hij tot 1965
superior en pastoor van de St. Ignatiusparochie (Rozengracht), en van 1965 tot
1967 bedrijfs-aalmoezenier in Rotterdam Zuid. Van 1967 tot 1980 was hij
werkzaam als (con)rector aan het O.L.Vrouwe-ziekenhuis in Amsterdam. In 1972
werd hij tevens rector van het Ignatiuscollege en van 1982 tot 1988 superior
van de Ignatius- residentie in Amsterdam. In 1981 werd hij deservitor van de
Verrijzenis-parochie (tot 1996), waarna hij tot 2004 assisteerde in de
Slotervaart-parochie. In dat jaar werd hij huisgenoot in het Berchmanianum,
waar hij op 14 februari 2013 in alle rust, vrij onverwacht, overleed.
De
eucharistie ten afscheid is op woensdag 20 februari om 11. 00 u. gevierd in de
kapel van het Berchmanianum te Nijmegen, waarna zijn begrafenis is gevolgd op
het kerkhof Jonkerbos aldaar .
Dat het
eeuwige licht hem verlichte.
In dankbare herinnering aan
PIET
(Petrus Martinus)
BEIJERBERGEN VAN HENEGOUWEN
priester in de Sociëteit van
Jezus
geboren in Amsterdam, 21 juli
1915
gestorven in Nijmegen, 14
februari 2013
Piet was een groot man in alle betekenissen van het
woord. Hij was groot van gestalte en had een stem waarmee hij ontzag afdwong.
Maar de grootheid zat vooral van binnen. Daarmee dwong hij nog meer ontzag af,
als prefect van het lgnatius College bij de leerlingen, maar ook bij de
huisgenoten toen hij superior van de communauteit was in een lastige
periode.Vele jaren was hij pastoor in Amsterdam, eerst in de Zaaier en later in
de Verrijzenis. Op beide plaatsen bleef hij in de herinnering van de
parochianen als een ideale zielenherder. Dertien jaar was hij aalmoezenier in
het OLVG Ziekenhuis in Amsterdam, waar hij zowel voor patiënten als voor de
dokters en het verplegend personeel een grote steun was. Piet was een gouden
man, recht toe, recht aan, met humor, zonder aanzien des persoons en met grote
inzet voor de Wijngaard des Heren, zijn hele, lange leven lang.
Louis
Sommeling schrijft:
Van zijn leven
en verdiensten weet ik niets. Maar hij was een verademing toen ik hem -tijdens
een vertelling van hem- eens ontmoette tijdens mijn noviciaat. Nog steeds denk
ik aan hem als de man die zich met berevet insmeerde en zich dan ieder jaar op
Texel in de zee begaf en op de ebstroom liet meevoeren, urenlang tot hij op een
zandplaat belandde en dan zich weer uren later aan de vloedstroom overgaf
zonder zich ertegen te verzetten en zo weer op het strand landde. Wat een geloof
in de schepping, in de natuurlijkheid der dingen en haar impliciete orde, wat
een overgave daaraan, de moed van een echte man.
Louis