2
november 2010
Het
was stil op het Jonkerbos.
Dolend langs de
kruisen gaat je hart sneller kloppen: Hier zijn zij: die mijn leven richting
hebben gegeven: 1942 tot 1948 op het Ignatius College in Amsterdam: Twee jaar
in Mariendaal en 16 jaar in Den Haag. Stille werkers, ijverige dienaren van de
Allerhoogste. Het "Rijke Roomse Leven", waar ik zoveel aan te danken
heb.
Je leest de namen en
ze rijzen op uit het verleden: anekdotes en ware verhalen flitsen door je
hoofd:
de
congregatie-directeur, die je ingewijd heeft in de liefde voor Maria,
een lieve pater, die
"vriendjes" had en die ze nu voor pedofiel zouden uitschelden,
een oude pater met een
Fatima-kapel in zijn kamer..."dat nooit !!"
de pater, die je de
weg gewezen heeft naar Mariendaal,
de magister, die je
heeft leren bidden,
de pater, die je een
"gebedenboek voor priesterstudenten" gegeven heeft,
een bevlogen
"jongenspater", die helaas een dubbel leven leidde,
de leraar duits, die
een loeiende klas van tieners met een enkel woord tot zwijgen bracht:
"Hier wird keiner verlacht!": voor de rest van je leven wist je hoe
gemeen uitlachen kan zijn....
een stille pater, die
nooit iets vrooms zei, maar die een keer de kruisweg voorbad: "Jezus werd
gestraft in zijn lichaam voor mijn zonden van het lichaam", zo werd je
kuis..
de pater met het
prachtige brevier: goud op snee en in leer gebonden, waar hij zo graag uit bad,
de pater, die altijd
boos was: een jaar later werd hij geopereerd aan een hersentumor: toen begrepen
we het...
En dan komen ook gedachten
aan anderen, die hier niet liggen:
een kroegtijger, die
tot laat in de nacht bezig was met zorg voor anderen
een man, die het vuur
opende op het Vaticaan, toen dit nog heilig was,
een man, die als een
barmhartige Samaritaan mededogen had met aids-patiënten
een man, die zijn hart
opende voor homo's en hun ouders
de pater waarvan
geschreven werd: "Met van ijdelheid bol staande nederigheid, ging hij in
de achterste bank zitten, tot iemand hem 'ontdekte' en naar de voorste bank
bracht..." Hij ligt niet op Jonkerbos... Anderen hebben hem 'ontdekt' en
een waardiger monument voor hem opgericht...
de pater, of beter
gezegd de vele paters, die serieus geprobeerd hebben, verouderde en versteende
theologie nieuw leven in te blazen, soms aangemoedigd.. soms verguisd.. soms
polemisch.. altijd uit diepe bezorgdheid om het geloof..
de pater, die bang was
voor de jongens en daarom de teugels in de klas strak hield, maar die ik
later leerde kennen als een bron van warmte en vreugde in de communauteit...
de surveillant, die we
gepest hebben en die ik later leerde kennen als een heel beminnelijke mens, een
man om van te houden..
Even veel verhalen als
er kruisen staan op Jonkerbos..
Ik
haalde mijn camera te voorschijn en begon te schieten. "Nee, die mag ik
niet overslaan, die hoort er ook zeker bij, en die en die en die..." Het
werden er 119 !
Ik heb ze niet
allemaal gekend, want ik ben lang buitengaats geweest. Gelukkig vond ik ook
missionarissen, en zelfs een echte Jezuietenbisschop, die intrad in onze
provincie toen de missio Javensis nog dependens was.... Kijk ze eens aan... Je
vindt ze in het album: dubbelklik maar op:
http://www.jaclampe.info/album/indeks.htm
spiegels van de
Allerheiligste, medailles met een soms donkere achterkant
de leraar, de
professor, de mysticus, de uitvinder, de astrophysicus, de europoliticus,
de francophiel, de broeder kunstschilder, de broeder kok, die iedere dag de
maaltijd voor ons op tafel bracht, de pater, die voor ons "Societas Iesu
Orans" heeft geredigeerd, de professor-doctor-manager, de kerkjurist, die
mensen bevrijdde van het juk van het jus van de kerk, de pater van de lijkwade,
de godsdienstleraar, die wij "de gifkikker" noemden (op zijn graf
bloeit dikwijls een roos!), de schrijver van "Gebeden voor jongens",
de surveillant, die wij "Judas" noemden, de professionele bedelaar,
die onze Java-Missie er weer boven op gebracht heeft, de zeeverkenner, die de
goede moordenaar werd, de eeuwige minister met onuitputtelijke zorgzaamheid, de
beeldhouwer, die Atlas met de wereldbol uit de mergel beitelde, broeder
kleermaker, die mijn eerste toog gemaakt heeft, de vele, vele Samaritanen, die
wisten wat naastenliefde was, de retraitepater, die de hel kon schilderen alsof
hij er al geweest was, frater Frans, die in het noviciaat Franciscus Xaverius
ging heten en naar Java vertrok; nu heet hij weer Frans, de aardrijkskundeleraar
met zijn "doordenkertjes", de catechist, die de kaars van beide
kanten brandde, de pater, die zijn eigen uitvaart componeerde en dirigeerde, de
bibliothecaris, die 25 jaar aan de perfecte bibliotheek-kataloog bleef
werken, al die andere biddende zwoegers, en de pater met de kale
kamer en het ene tegeltje: "In Te Domine speravi, Non confundar in
aeternum.
Ze zijn er allemaal en
nog veel meer. Ga zelf eens kijken in het album en bid mee met je eigen
herinneringen.
Het voorlaatste
plaatje kan je niet lezen. Ik heb de steen gereserveerd. Voor het laatste
plaatje heb ik de steen met de bloemen van Ewald geleend.
Een boosaardige
journalist schrijft: "De affaire-S was geen incident. (..) Oud-leerlingen
meldden geslagen en misbruikt te zijn op vier jezuietencolleges."
Helaas is er een grond
van waarheid, al zijn het maar een paar in een provincie van bijna 800 leden!
Zij waren enkelingen. Minder dan één procent van de provincie.
Als het allemaal waar
is, dan hebben ze in het diepste geheim gehandeld. Helaas... Iedere boosdoener
is er één teveel.
Als het niet waar is
of maar half waar is, dan heeft een boosaardig mens mij en de andere jezuieten
diep gekrenkt.
Maar ik heb er nooit
iets van gehoord en nooit iets van geweten.
Een stille meerderheid
van duizenden andere oud-leerlingen meldt in stilte dat ze "fortiter ac
suaviter" opgevoed zijn door honderden paters, die belangeloos en
toegewijd veel meer dan hun heilige plicht deden....
"Waar zijn jullie
gebleven ?" geen antwoord !
"Zijn jullie in
de hemel, die niet bestaat ?" geen antwoord !
of toch wel...heel
zachtjes...ik houd mijn adem in om beter te kunnen luisteren.
Als ik heel stil ben,
dan hoor ik iets: "We zijn in jou en in al die duizenden andere kinderen,
die wij opgevoed hebben: Jezus, Maria, Ignatius en al die
heilige medebroeders ! Ze zijn niet in de hemel.... Ze zijn in jullie
allemaal... door ons....
Lux
aeterna luceat eis !