In Memoriam Joep Hovens S.J.

 

geboren: 27 maart 1927

ingetreden: 7 sep 1948

priester gewijd: 22 aug 1961

overleden: 6 feb 2006

 

Een jaar na zijn intreden vertrok hij met de 'Sumatra' naar Indonesië, waar hij zijn tweede noviciaatsjaar, zijn filosofische en theologische opleiding voltooide. Van 1964 tot 1968 was hij werkzaam in de residentie OLV Moeder van de Goddelijke Genade in Kalasan, een dorp 15 Km van Yogyakarta. Na een jaar studie aan de landbouwcursus (KPTT) te Salatiga kwam hij in 1970 in Giri Sonta, waar hij een do-school oprichtte en docent werd aan de Middelbare Landbouwschool te Ambarawa. Ook richtte hij modelbedrijven op in Wonogiri en Kota Bumi (Zuid Sumatra). Van 1974 tot 1996 was hij directeur en uitvoerder van de Aksi Agraris Kanisius, die o.a. een grote serie zeer gewilde landbouwboekjes uitgaf bij Uitgeverij Kanisius (Yogyakarta).

In 1996 werd hij parochie-assistent in de residentie St. Jan Apostel te Wonogiri. Van 2001 tot oktober 2005 was hij assisterend parochie-priester in de residenties St. Jozef en St. Antonius in Surakarta. In november 2005 werd hij, na een ziekenhuisopname, ter revalidatie opgenomen in Emmaus te Giri Sonta. Op 6 feb overleed hij in het Elisabeth-ziekenhuis te Semarang.

 

 

In Memoriam Joep Hovens S.J. door Tom Jacobs S.J.

 

Na (bijna) één jaar noviciaat in Mariëndaal is Joep Hovens in augstus 1949 naar Indonesië vertrokken. Daar heeft hij toen verder zijn hele studie gedaan, beginnend met het tweede jaar noviciaat in Giri Sonta tot en met het tertiaat, ook in Giri Sonta. 22 augustus 1961 is hij priester gewijd, in Yogya, door Mgr. Soegijapranata. En in 1963 is hij zijn pastorale loopbaan begonnen in Kalasan, een dorp niet ver van Yogya. Daar is ook in zijn pastoraal het accent komen te liggen op het sociale. Wat de 32ste Generale Congregatie formuleerde als “Ministerium fidei” en “Promotio justitiae” was voor Joep al praktijk vanaf 1962. En niet alleen praktijk, maar overtuiging: “Dat kan niet anders! Zonder zorg voor een gezonde maatschappij hangt onze verkondiging in de lucht”. En Joep had ook geen moeilijkheid om deze twee bij elkaar te brengen: Het trefpunt was voor hem het gebed. Hij nam de noden van de mensen mee in zijn gebed en legde ze daar voor de Heer. Sinds Kalasan ging zijn aandacht voornamelijk uit naar het sociale. Niet als een pastorale keuze, maar vanwege de nood van de mensen waarmee hij elke dag geconfronteerd werd. Hij was daar dag en nacht mee bezig. En doordat hij er ook ’s nachts mee bezig was, kon hij langzamerhand niet meer normaal slapen. En dat is zijn kruis, dat hij tot het einde heeft moeten dragen.

 

Zijn sociale belangstelling, was -door de concrete situatie- voornamelijk op de landbouw gericht. Na Kalasan heeft hij ruim 25 jaar in de omgeving van Giri Sonta gewerkt, o.a. door daar een “do-school” op te richten. Daar kregen de kinderen uit een agrarisch milieu een praktische training, die hen moest voorbereiden op een studie aan de Middelbare Landbouwschool in Ambarawa, die hij heeft helpen oprichten en waar hij ook in de beginfase docent is geweest. Hij is ook enige jaren docent geweest aan de Landbouwcursus van Salatiga, waar zijn godsdienstlessen zo goed waren afgestemd op de mentaliteit van de agrarische jeugd dat ze diepe indruk maakten en door sommigen werden gekwalificeerd als het beste wat ze op de cursus hadden geleerd. Met de hulp van een aantal experts en aan de hand van buitenlandse handboeken die hij voor hen vertaalde, heeft hij een serie praktische boekjes voor de landbouw uitgegeven bij Uitgeverij Kanisius, die erg in trek waren.

 

Ook richtte hij in die tijd een paar modelbedrijven op in Wonogiri (Zuider gebergte in Midden Java) en Kota Bumi (Zuid-Sumatra). Hij wilde de theorie toetsen in de praktijk en een concreet voorbeeld geven aan de bevolking ter plaatse. Kortom, zijn volle aandacht was gericht op de ontwikkeling van de landbouwbevolking.

 

Intussen vond hij ook nog tijd om overal in Indonesië retraites te geven, zowel aan religieuzen als aan leken. Die tijd in Giri Sonta is de actiefste tijd van zijn apostolische werkzaamheid geweest. Na 1995 heeft hij gewerkt als pastoor in Wonogiri, Baturetno en Solo. Ook hier was hij altijd direct betrokken bij het lot van de landbouwbevolking. Maar intussen was Joep 70 en dus moest hij zijn pastorale activiteiten een beetje aanpassen aan zijn fysieke krachten. Het ging dus allemaal een beetje meer kalm aan. En vooral het laatste jaar in Solo was zijn activiteit praktisch beperkt tot de pastorie.

 

De laatste jaren had hij veel last van reumatiek. Hij ging daarvoor geregeld naar de dokter, vooral in Semarang. Maar erg veel baat heeft hij er niet van gehad. Later bleek zelfs dat de medicijn voor de reumatiek nadelige gevolgen had voor de nieren. Maar dat was in het begin allemaal nog niet zo duidelijk. Hij is eerst een paar weken opgenomen in het ziekenhuis in Semarang. En toen ging hij voor ‘herstel’ naar Emmaus, Giri Sonta. Daar ging het toen vrij snel bergaf.

 

Eind januari is hij nog een keer opgenomen in het Elizabeth-ziekenhuis in Semarang. En daar is hij na een week overleden. Gewoon op, al zijn krachten verbruikt. Op dinsdag 7 februari 2006 is hij onder grote belangstelling in Giri Sonta begraven.

 

Joep was een man zonder pretentie, en in zekere zin ook zonder aspiratie. Hij wilde geen groot werk opzetten. Hij wilde de mensen helpen. Maar niet zonder planning. En zo is er dan in feite, vooral in de jaren ’70-’95, toch een groot werk tot stand gekomen. Maar als het ware  ‘toevallig’, omdat hij de mensen metterdaad wilde helpen. Hij had een hart voor de mensen. Hij geloofde niet al te zeer in theorie. Maar hij was ook geen anti-intellectueel. Hij gebruikte de wetenschap met een heel practische en apostolische doelstelling.

 

Veel mensen waren in Giri Sonta om afscheid van hem te nemen. En velen zullen hem in hun hart blijven dragen en hem nooit vergeten.

 

 

 

Tom Jacobs deelde zijn verdriet met ons bij de begrafenis van Joep