Waarde Jac.
Interview van Ton Veerkamp in De Tijd door Huub Oosterhuis. Mooi verhaal. Herkenbaar voor mij.
* Met Ton ben ik verbonden, vooral sinds en omdat we in 1966 een recollectie gaven aan oudere vrouwen uit Maastricht bij de zusters Reparatricen in de Kapoenstraat. Die vrouwen zich bezinnen? Misschien ook, maar het was vooral voor ons tweeën een bezinning, een recollectie van jewelste.
Sinds hebben wel elkaar niet meer gezien, tot die vrijdagavond voor ‘Ravenstein´ van 6 maart. Ton logeerde toen bij ons.
Het was alsof de 46 jaren die tot dan toe verstreken wegvielen.
We gingen door met bij elkaar zijn, ouder geworden, dat wel.
De situatie in de wereld die Ton in het interview beschrijft – ‘het is oneerlijk verdeeld in de wereld’ - tref ik in mijn leven plaatselijk en landelijk veel te vaak aan naar mijn smaak.
De vraag is: laat ik dat zo?
Destijds ging er iemand aan zijn actie kapot. toen hij meende in eerste linie mee te moeten doen met het schoonvegen van het Tempelplein. Over hem hield Petrus op het eerste Pinksteren een gloedvol betoog buiten de deur van het gebouw waar hij samen met de andere leerlingen verbleef. (Hnd 2.)
Het heil leek aanstaande.
De toehoorders: ‘Wat moeten we doen, mannenbroeders?’
Wat Ton in Ravenstein betoogde sluit aan bij de tekst van het interview in De Tijd.
Op Soeterbeeck (Ravenstein) besloot hij zijn woorden als volgt:
“Ons verhaal tegen hun verhaal, dat is theologie.
Steeds intensiever het Grote Verhaal lezen en herlezen. Nadenken over de onuitsprekelijke NAAM van de God van Israel, over de Messias, die radicale jood uit Nazareth Galilea, en over de Inspiratie (mijn woord voor Heilige Geest) die van beide uitgaat. Maar dat niet zonder politiek: zonder het zorgvuldig analyseren van de functies en de werkingen van de Baal of de Mammon, van onze wereldorde in de 21e eeuw, meedoen met hen, die hopen: de wereld kan anders. Beide – zo iets als Han Renckens deed. Vroeger zeiden we: Contemplativus in vita activa.
Dat heb ik geprobeerd,” zegt Veerkamp, “ik probeer het nog, nu steeds vaker met de melancholische vraag: heeft dat allemaal eigenlijk iets uitgehaald? Ik weet het niet, God weet het – misschien..”
Wat moeten we doen?
Er is een eenvoudige versie: doe maar wat je meent dat je doen moet, dat goed is in jouw ogen. Of het iets uithaalt is vers twee.
Zoals in de kop in De Tijd: „Je niet bij de feiten neerleggen, dat vind ik een bruikbare omschrijving van links“. Aldus Veerkamp.
(Zelf geef ik boven het gebruik van de term links de voorkeur aan de woorden kritisch handelen.) Wat te doen, in ieder geval.
Ik geef mij zaterdag voor Pinksteren op om op 3 juni a.s. mijn zegje te doen in een hoorzitting van de provincie Gelderland in het kader van het verkeersplan ‘Traverse Dieren’.
De voorgeschiedenis daarvan in het kort.
Medio 2007 loopt het verkeersplan ‘Hart van Dieren’ op de klippen. Een omstreden wegomlegging blijft overeind in het nieuwe verkeersplan ‘Traverse Dieren’. De N348 zal over een afstand van een kleine kilometer, gemiddeld tachtig meter worden verlegd tot langs het spoor.
(Die wegomlegging draagt niet bij aan het oplossen van de verkeersproblemen in Dieren, maar faciliteert wel de stichting Twickel van rijke kasteelbewoners in Delden. Twickel kan na de wegverlegging een gebouw optrekken voor welgestelden en dat exploiteren . Het is de plek waar eens de stadhouderlijke Oranjes een buiten hadden. Er staat nog een monumentale muur uit die tijd.
Dat bouwen slaagde niet omdat de N348 te dichtbij de bouwplaats loopt op een afstand van zeventig meter! Over de wegverlegging werd in 1996 al een afspraak gemaakt in contact van Twickel met het openbaar bestuur. Vraag was toen alleen nog hoe de wegverlegging te betalen.)
Het geld gemoeid met de wegverlegging bedraagt globaal zes miljoen euro. Dat zou moeten komen uit het budget van het verkeersplan van bijna honderd miljoen euro. In dat plan is op twee centrale plekken geld tekort voor passende voorzieningen voor de inwoners van Dieren - enkelen van hen zijn daarvan zelfs heel pijnlijk de dupe. Dat terwijl wegverlegging ad zes miljoen euro niet bijdraagt aan verbetering voor het verkeer.
(Wie let op de geldstromen, merkt dat in tegenstelling met water dat naar beneden stroomt geld meestal zijn weg kiest naar boven. Het gaat daarbij, om met Veerkamp te spreken, om Baal en de Mammon.)
Er was geen discussie in Provinciale Staten over de verlegging van de N348. Hoe komt dat?
Op 17 maart 2010 doet GS de uitspraak dat de wegverlegging een eis is van het Rijk. ‘Het doel ervan staat omschreven in de rijkssubsidiebeschikking 2009.’ Dat lijkt eenvoudig, politieke discussie is niet nodig, want overbodig. Het Rijk had beslist.
De omstandigheden dreven mij ertoe om in een procedure van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) na te gaan of er inderdaad sprake is van een harde voorwaarde van het Rijk.
Welnu, in een hoorzitting op 20 oktober 2010 verklaart ons het Rijk dat er van geen eis of harde voorwaarde sprake is, en dat het plan, beschreven in de Rijkssubsidiebeschikking, geheel en al voortkomt uit de koker van de provincie Gelderland.
Tot op de dag van vandaag heeft geen politieke discussie plaats over de wegverlegging. De MER-commissie gaat later weliswaar schoorvoetend akkoord met de keuze voor het nieuwe tracé, op voorwaarde dat voordelen van de verlegging opwegen tegen de nadelen van de verlegging voor het milieu.
Het nut van de wegverlegging voor het verkeer is volgens de MER-functionaris tot op heden niet aangetoond.
Er is door de wegomlegging ad € 6 miljoen euro onvoldoende geld voor goede voorzieningen op de plekken in Dieren waar het dringend nodig is. Het algemeen belang wijkt voor particulier belang en de inwoners van Dieren zijn daarvan de dupe.
Daarover spreek ik een aantal malen in in de commissie verkeer van de provincie. Geen reacties van de volksvertegenwoordigers. Ondanks dat er geen politieke discussie was en het een tegen het ander politiek is afgewogen, is het besluitvormingsproces in een eindfase gekomen, nog steeds zonder politieke discussie over de wegverlegging.
Eind 2011 sprak GS nog steeds van een eis van het Rijk, terwijl ik het schriftelijke tegenbewijs in de hand heb.
3 juni dus de hoorzitting.
‘Ons verhaal tegen hun verhaal!’, zegt Veerkamp.
19 juni besluitvorming door Provinciale Staten.
Je kunt het voorzien: Dieren haalt het in dat gezelschap niet. Twickel zal worden gefaciliteerd ten behoeve van een facelift van haar landgoed ten koste van de gewone inwoners.
De gemeente Rheden legde zich al neer bij de plannen van de provincie.
Halen we het echt niet in onze strijd voor ‘de gewone mensen’?
Er blijft niets anders over dan naar de rechter stappen. Eerst de bestuursrechter, daarna eventueel naar de Raad van State. We hebben een goed verhaal, met goede argumenten. Willen we echter met kans op succes bezwaar maken, dan moeten we persoonlijk financieel belang hebben, zo is het bij wet bepaald. Persoonlijk belang hebben we niet!
Dat je het vanuit je hart opneemt voor medeburgers telt niet.
Privébezwaren zullen dus niet-ontvankelijk worden verklaard.
Het gaat tegen Baal en mammon van Veerkamp. Het neo-liberalisme met zijn gevolgen (dat Ton beschrijft) is goed voor de bovenlaag. Het vergroot het verschil tussen arm en rijk, en tussen ‘hoog en laag’. Het koningshuis is daar trouwens het symbool van. Dat men het volk daarin meekrijgt is begrijpelijk. Het is het gevolg van uitgekiende strategie van instituties binnen de overheid: list en bedrog, knechting op kosten van de belastingbetaler.
Het gaat erom daar iets tegen te doen, op het niveau waar ik het tegenkom, zoals nu in plan Traverse Dieren.
Er zit niets anders op dan een stichting in het leven te roepen in de strijd tegen het vóórtrekken van de bezittende klasse. Een stichting met uitgesproken doel is wel ontvankelijk in bezwaren.
De eerste stappen zijn gezet. We zullen zien.
Procederen kost veel geld.
Ik schat het op tenminste vijfduizend euro. Voor stichtingsakte, inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het procederen zelf bij de rechters ten behoeve van de mensen in Dieren.
God zal er in voorzien? Misschien wel op de wijze van een weduwe van Sarepta.
Ton Veerkamp werd geïnterviewd. Wat Ton doet en deed is me duidelijk, en bovendien uit mijn hart gegrepen. Ik herken mijn bloedsbroeder als voorheen.
Broeders, wat moeten we doen?
Ik zeg: kijk maar goed, vlak om je heen, met een open oog en warm hart. Zie de ellende aan deze kant van de streep. Wat dan nog treuzelen?
Enfin, ieder geeft zijn eigen antwoord, ik geef het mijne.
* Ter ere van Ton Veerkamp, op Pinksteren 2013.
Joop Zijlstra, te Ellecom