Openingslied: Geef alle ruimte aan de liefde
t. J. van Opbergen; m. Psalm 95
Geef alle
ruimte aan de liefde,
in haar
leeft God zich naar ons toe.
Vergeef het
kwaad van wie u griefde,
de liefde
wordt een mens niet moe.
Zij zal de
dood nog overwinnen,
geen water
blust haar vuren uit.
Zij blijft
ons tot elkander keren,
tot alle
angst is uitgeluid.
Hoe zal een
mens ooit overleven,
wat moet
hij aan met eeuwigheid?
Door liefde
wordt het ons gegeven
voorbij te
zien aan dood en tijd.
Want wie
vandaag weet te beminnen,
denkt niet:
“Hoe zal het morgen zijn”?
Het wordt
een steeds weer nieuw beginnen,
tot wij
voorgoed geborgen zijn.
Welkomstwoord
Ontsteken der kaarsen
Lied: Licht dat ons aanstoot in de morgen
T. Huub Oosterhuis; m. Antoine Oomen
Licht dat
ons aanstoot in de morgen,
voortijdig
licht waarin wij staan
koud, één
voor één, en ongeborgen,
licht
overdek mij, vuur mij aan.
Dat ik niet
uitval, dat wij allen
zo zwaar en
droevig als wij zijn
niet uit
elkaars genade vallen
en doelloos
en onvindbaar zijn.
Licht, van
mijn stad de stedehouder,
aanhoudend
licht dat overwint.
Vaderlijk
licht, steevaste schouder,
draag mij,
ik ben jouw kijkend kind.
Licht, kind
in mij, kijk uit mijn ogen
of ergens
al de wereld daagt
waar mensen
waardig leven mogen
en elk zijn
naam in vrede draagt.
Alles zal
zwichten en verwaaien
wat op het
licht niet is geijkt.
Taal zal
alleen verwoesting zaaien
en van ons
doen geen daad beklijft.
Veelstemmig
licht, om aan te horen
zolang ons
hart nog slagen geeft.
Liefste der
mensen, eerstgeboren,
licht,
laatste woord van Hem die leeft.
Ter nagedachtenis aan Frits
Wies van Well-Wobbe
Kyrie-litanie
Heer ontferm U; Christus ontferm U; Heer ontferm U.
Gebed
Eerste
lezing: Fil. 4, 4-7
Broeders en zusters, verheugt u in de Heer te allen
tijde. Nog eens: verheugt u ! Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend
zijn. De Heer is nabij. Weest onbezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend
worden in gebed en smeking en nooit zonder dankzegging. En de vrede van God die
alle begrip te boven gaat zal uw harten en gedachten behoeden in Christus
Jezus.
Tussenzang:
Psalm 23
Refrein:
Want mijn herder is de Heer, nooit zal er mij iets
ontbreken.
Mijn herder is de Heer: het ontbreekt mij aan
niets.
Hij legt mij in grazige weiden, Hij geeft rust aan mijn
ziel,
Hij leidt mij naar rustige waat'ren om mijn ziel te
verkwikken.
Hij leidt mij in het rechte spoor omwille van zijn
Naam.
Al moet ik door donkere dalen, ik vrees geen kwaad.
Uw staf en uw stok zijn mijn troost, Gij zijt
steeds bij mij.
Gij bereidt voor mij een tafel voor het oog van
mijn vijand.
Gij zalft met olie mijn hoofd en mijn beker vloeit
over.
Mij volgen uw heil en uw mildheid al de dagen van
mijn leven.
In het huis van mijn Heer wil ik wonen tot in
lengte van dagen.
Alleluia
Alleluia. . . (2x)
Dit
ene weten wij en aan dit één
houden
wij ons vast in de duistere uren:
er
is een Woord, dat eeuwiglijk zal duren,
en
wie ’t verstaat, die is niet meer alleen
(Henriëtte Roland Holst-van der
Schalk)
Alleluia
Evangelie:
Joh. 21, 15-18
Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus
aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’
Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Hij zei: ‘Weid mijn
lammeren.’ Nog eens vroeg hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?’ Hij
antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Jezus zei: ‘Hoed mijn
schapen,’ en voor de derde maal vroeg hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd
je van me?’ Petrus werd verdrietig omdat hij voor de derde keer vroeg of hij
van hem hield. Hij zei: ‘Heer, u weet alles, u weet toch dat ik van u houd.’
Jezus zei: ‘Weid mijn schapen. Waarachtig, ik verzeker je: toen je jong was
deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud
wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar
je niet naartoe wilt.’
Acclamatie
U komt de lof toe, U het gezang, U alle glorie, o
Vader, o Zoon, o heilige Geest, in alle eeuwen der eeuwen.
Overweging
Verrijzenis (Frits Wobbe)
Ik
voel in me iets van ’n intens medelijden met de lijdende mens,
iets
van één willen zijn in solidariteit, in liefde,
in
aanvaarden en volharden met zóvelen…
Zoals
Maria Magdalena bij het graf…zij was er het eerste bij.
Ze
roept Petrus en Johannes, maar die gaan – niet begrijpend – naar huis.
Zíj
geeft niet op. Ze mag haar verdriet beleven, ervaren,
ze
kan niet anders dan huilen totdat Jezus haar verschijnt –
omdat
Hij haar liefheeft, omdat haar verdriet ruimte maakt voor de ontroering van de
verrijzenis.
Daar
is geen leeg graf meer, geen woorden die leeg zijn…
Daar
was Iemand – Hij – en “Hij kent me bij mijn naam – Hij houdt van mij.”
Meditatieve
muziek
Pascal
Allouis: fluit
Voorbeden
Refrein:
Heer, onze God, wij bidden U verhoor ons.
Lied:
Zo vriendelijk en veilig als het licht
Zo vriendelijk en veilig als het licht
zoals een mantel om mij heen geslagen
zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht
ik roep zijn naam, bestorm hem met mijn vragen,
dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.
Wil mij behoeden en op handen dragen.
Want waar ben ik, als Gij niet wijd en zijd
waakt over mij en over al mijn gangen.
Wie zou ik worden, waart Gij niet bereid
om, als ik val, mij telkens op te vangen.
Ik leef niet echt, als Gij niet met mij zijt.
Ik moet in lief en leed naar U verlangen.
Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft,
dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.
Ontsteek die vreugde die geen einde heeft,
wil alle liefde aan uw zoon besteden.
Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft -
Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.
Gebed
over de gaven (H. Ignatius)
Neem. Heer, en aanvaard heel
mijn vrijheid, mijn geheugen, mijn verstand en heel mijn wil, alles wat ik heb
en bezit. U hebt het mij gegeven, aan U, Heer, geef ik het terug. Alles is van
U, beschik erover geheel volgens uw wil. Geef dat ik U mag liefhebben, die
genade is mij genoeg. Door Christus onze Heer. Amen.
Prefatie van de overledenen
Heilig
Heilig, heilig, heilig de Heer, de God der hemelse
machten. Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid. Hosanna in den hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam des Heren. Hosanna in den hoge.
Eucharistisch
gebed V
Acclamatie: Als wij dan eten van dit
brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij
komt.
Onze Vader
Gebed om vrede
Lam Gods
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U
over ons. (2x). Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons de vrede.
Communie
en meditatieve muziek
Pascal
Allouis: fluit
Lied
na de communie: Klein Danklied
Gij hebt, o God, dit broze bestaan gewild,
Hebt boven ’t nameloze mij uitgetild.
Laat mij dan dankbaar leven de volle tijd,
geborgen in de bevende zekerheid,
Dat ik niet uit dit smal en onvast bestand
van mijn bestaan zal vallen dan in uw hand.
Slotgebed
(Frits Wobbe)
Heer, ik stel mij open voor uw woord.
Houd niet op het mij ook nu weer toe te spreken.
Open mijn oren dat ik bij de minste klank meegeef.
Dan hoef ik niet bezorgd te zijn of bang dat ik te
kort zal schieten of te kort zal komen in doen en dienen.
Dan zal uw woord ook wel in mij uitwerken wat U
behaagd.
O, Woord, kom in me, neem bezit van me, vorm me en
breng me terug naar het hart waar Gij uit voortkomt.
Dan zal ook door mij vreugde komen, gerechtigheid,
vrede.
Door Christus onze Heer. Amen
Roeping
(Frits Wobbe)
Anne
Criado
Sinds mijn zestiende weten:
ik móet liefhebben
er is geen andere weg
daarbuiten is alles zinloos
en tegelijkertijd weten:
mijn eigen behoefte aan vriendschap en liefde
mijn eigen verlangen naar tederheid
is onverzadigbaar
mijn leven zal staan in het teken van dat weten
en nóg iets weet ik heel zeker:
dat het bij alle mensen niet anders is
en toch…
Dankwoord
Absoute
Zusters en broeders, om de laatste eer te brengen aan
deze mens, om recht te doen aan zijn leven en sterven, staan wij hier rondom
het dode lichaam dat ons van hem is overgebleven.
Wij houden onze ogen gericht op het kruis van Jezus
Christus en wij spreken uit, in tastend geloof, dat dit het einde niet is, dat
onze God een God van levenden is.
Meer dan zijn lichaam is ons de naam van deze mens
gebleven:
Frits Wobbe
Die naam spreken wij hier uit, met eerbied en
genegenheid, en wij bidden: Heer God, herinner U zijn naam, die hij van mensen
heeft ontvangen en waarin hij gekend wordt, ook al is hij gestorven; de naam
die Gij geschreven hebt in de palm van uw hand.
Ten teken van onze hoop dat God aan deze mens en
aan ons allen een nieuw en onsterfelijk lichaam zal geven en om te getuigen van
ons geloof in de verrijzenis, zegen ik
dit dode lichaam met water en wierook.
Zegening met water en wierook
Laat ons nu gaan in vrede, om hem, die wij in dit
uur voor het laatst in ons midden mochten hebben, weg te dragen naar zijn graf.
Wij geven hem uit handen, wij leggen hem neer in de aarde, in de handen van de
levende God, in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Mogen onze
gebeden hem vergezellen.
Uittocht
met ‘In paradisum’
In paradisum deducant te angeli
In tuo adventu suscipiant te martyres.
Et perducant te in civitatem sanctam Jerusalem.
Chorus angelorum te suscipiat,
Et cum Lazaro quondam paupere
Aeternam habeas requiem.
De
engelen mogen u geleiden naar het paradijs.
De
martelaren mogen u ontvangen bij uw komst
en u
brengen naar de heilige stad Jeruzalem.
Het
koor der engelen moge u welkom heten
en
met de eens zo arme bedelaar Lazarus
moge
U de eeuwige rust genieten.