In memoriam Peter Leewens, Amsterdam 3 Juli
2014, Laurent en Marijke van der Maesen.
Bijna zestig jaar geleden leerde ik Peter als
‘hockey-pater’ van het Ignatius College kennen; een sportieve en vooral ook
elegante verschijning in toga. Via allerlei zich kruisende paden startten wij
gezamenlijk in 1966 ons werk in de
Bijlmermeer. Toen vormden we met mijn vrouw Marijke een zekere drie-eenheid; gelijk
de drie vrienden van Nescio het tafereel van onze Amsterdamse omgeving volgend
en soms in grote verwondering. Zo was hij getuige van de geboorte van onze
Marijn (en nadien Karin en de komst van Gosse) en peinsde daardoor over het
nieuwe leven en in het verlengde hiervan over de betekenis van de dood. Marijn
heeft met Edgar vier maanden bij Tine en Peter gewoond en zijn ‘vanuit hun
huis’ getrouwd. In ceremoniële zin spreekt dit boekdelen over de rijke
veelsoortigheid van onze vriendschap. Aan Marijn vertelde hij dat het boek
‘Kroniek van het vuur; vijf eeuwen verbeelding van Latijns-Amerika’ van Eduardo
Galeano voor hem het mooiste boek was dat hij ooit had gelezen. Hij schonk het
boek aan Marijn. Zij leest een klein deel voor over het telkenmale opnieuw
geboren worden omdat de dood een leugen is.
Marijn leest voor:.

Bron:
Kroniek van het vuur (zie bijlage)
Peter was zeven jaar ouder dan wij tweeën en
fungeerde zo spelenderwijs als je oudere broer die je wees op de dingen die je
kon verwachten. Om het menselijk denken en handelen te begrijpen onderstreepte
hij het belang van enig begrip te hebben over de betekenis van ‘ambiguïteit’.
Een gezegde, een daad, een droom maken deel uit van een bijna onoverzichtelijke
complexiteit. Ze verschijnen telkenmale in tegengestelde aspecten als ten dele
juist én onjuist, als goed én niet goed, als waar én niet waar. Voor het
uitstippelen van je levenspad vereist dit een hoge mate van flexibiliteit. We kunnen dit in zijn eigen leven herkennen; het
is als een munt met altijd twee kanten en welke te kiezen?
Maar ook in het praktische liep hij vaak voorop. In
de Bijlmermeer werkte hij aan het eerste Nederlandse experiment van de
‘middenschool’. Hij componeerde de notulen van de beraadslagingen. De
voortrekker, de heer Pieterse, belde hem een keer op met de woorden: “Peter wat
ik volgens de notulen heb gezegd is volledig ‘to the point’; daar gaat het nu
om. Maar tijdens de vergadering begreep ik dat zelf nog niet zo. Op de volgende
vergadering ga ik er vanuit dat ik gewoonweg dit inderdaad zo heb gezegd!”. Had
hij problemen met zijn geschiedenis als jezuïet; maar dit had hij op
scherpzinnige wijze van ze geleerd en bracht dit aan ons over. Hij drukte
gebeurtenissen, fantasieën, prille ideeën met precieze woorden uit en
presenteerde ze in een zo logisch mogelijk verband waardoor het zicht op een
nieuwe werkelijkheid kon opdoemen. En aldus de ‘Kroniek van het vuur’: als God
van leven droomt, wordt hij geboren en schenkt hij geboorte.
Als jongeling zwierf hij eindeloos met een houten
jol over de Loosdrechtse plassen. Toen is zijn liefde voor water en haventjes
geboren. Het geestelijke in zijn existentie kwam tot zijn recht in werk en boeken; het lijfelijke in confrontatie
met weer en wind en vooral het water. Al spoedig werd in
onze keuken het plan gesmeed een boot te
organiseren. Wij achter Peter aan naar Brouwershaven waar de Krukel op ons lag
te wachten. We konden er met zijn drieën ternauwernood in. Drie weken lang de
boot met een pincet opgeknapt. Uren heeft hij met mensen van de scheepswerf
gesproken over welke verf, welke plamuur en welk anti houtrot te gebruiken, hoe
het gat in de zeilen te plakken, de helmstok weer recht te krijgen en de motor
op te lappen en toen op naar Monnickendam. Hij wist in no time de gemeentelijke
havenmeester – een oude visser – te overtuigen dat de Krukel de mooiste plek in
het haventje midden in Monnickendam verdiende. Na enige aarzeling vond die
grijsaard dit ook.
Enkele jaren later hebben we de Krukel ingeruild
voor zijn droom, de Aldebaran. Een klassiek stalen schip met zeilen van
Egyptisch katoen; erger kon niet. We begonnen met het opknappen van de huid van
de boot en al spoedig vlogen onze hamers er doorheen. Drie gaten. Eerst gedicht
met zwoerd van de slager, hoe verzin je het. Toen schreef hij een brief aan de
voormalige eigenaar en zeer bekend jurist in Amsterdam. Een brief van twee
kantjes: de prachtige lijn van de boot, de geschiedenis, het appèl dat de boot
doet op zeilvaardig-heden ….…en tussen
de regels door de verborgen gebreken; drie gaten die hij kennelijk zelf had
dichtgeplakt. Wij werden met zijn drieën bij deze zogenaamd rechtschapen man
thuis ontboden. We spraken over zijn zeilavonturen en zijn carrière. Plotseling
verminderde hij de door ons betaalde prijs en met 1000 gulden op zak vertrokken
we naar huis. Over geld hadden wij in het geheel niet gesproken, maar dankzij
de aard van de brief kon de man er niet onderuit. Peter beschikte over de
vaardigheid om de essentie bloot te leggen zonder deze direct te benoemen. Hij
demonstreerde een beschaafdheid om niet
alle vragen aan je te stellen en toch – soms ook zonder woorden – wist hij van
gedachten te wisselen over wat je raakte, je vertwijfelde, of je beangstigde.
Dit alles geschiedde vanuit het denken; hij drukte
zich niet uit met zijn lijf. Sloeg geen arm om je schouders opdat je kon
uithuilen. Zijn diepe compassie kwam via het denken en de woorden tot
uitdrukking. Dit zal van de meesten hier een grondervaring met Peter zijn
geweest. Plotseling vertelde hij in de haven van Monnickendam dat bij het café
verderop een vrouw stond. Hij wilde haar voorstellen. Tine verscheen en is niet
meer uit het zicht verdwenen. In no time woonde zij bij ons in huis om via de
Bredeweg uiteindelijk op de
Prinsengracht te belanden. En sindsdien keken wij
vanuit ons vieren naar de veelheid van nieuwe taferelen, en ook de explosie van
hun nieuwe vriendschappen met aandacht onderhouden vanuit de Prinsengracht. In
het oog sprong de liefde voor de kinderen van Tine, David,
Eldert, hun relaties en weer hun kinderen.
Peter en ik lieten de Bijlmermeer los; hij richtte
zich op basis van een nieuwe studie op de zorg voor individuele mensen en ik op
maatschappelijke processen. Marijke liep bij ons thuis naar boven, naar Tine,
en vertelde haar dat ze bij de Koetsierschool had gesolliciteerd. Dat is toch
niet waar, ik werk daar al jaren, aldus
Tine. De Koetsierschool verving de Bijlmermeer als ons gemeenschappelijk punt
van Archimedes. Belangrijk werden mode, vormgeving, kunst, literatuur en ook
hun vele reizen. Als met name Frans georiënteerde intellectueel richtte Peter
zich voorts op Lacan die vraagstukken van de taal en hun expressievormen
verbond met psychische processen. Zijn studies in de wereld van de jezuïeten
werden zo verbonden met zijn nieuwe uitdaging in de geestelijke
gezondheidszorg. In dit domein heeft hij vele vriendschappen opgebouwd. Ik
moest van hem tijdens een bespreking op de Prinsengracht met een bekend psychiater
leren dat ‘groeien pijn kost’. Mijn oudere broer wilde me weer iets nieuws
duidelijk maken. Dit lukte niet die avond; pas later begreep ik het.
Met Tine is op een speelse manier de complexiteit
toegenomen. Dit kwam, omdat zij zich allereerst in emotionele zin uitdrukt en
hij in intellectuele zin. Het volgen van
hen beiden tegelijkertijd kostte soms hoofdbrekens. Zij ontpopte zich als een
warm middelpunt op de Prinsengracht.
Strijk en zet kwam hun genegenheid voor de familie van Peter en de
familie
van Tine aan de oppervlakte. Wij hebben de ‘faits
et gestes’ van beide families van jaar tot jaar kunnen volgen. Dat hij zich
geheel en al van zijn geschiedenis met de kerk heeft afgewend doet geen recht
aan zijn eigen ambiguïteit. Wel werd hij de laatste jaren daarover soms
emotioneel. Hij leek wel uit te drukken dat het jeugdige spel van de
seksualiteit door het celibaat hem ontstolen was. Was zijn intrede veroorzaakt
door zijn ouderlijk huis? Misschien, maar ook stond hij toen hiervoor open. Het
is vooral hier dat wij zijn eigen ambiguïteit herkennen. Later heeft hij met
hart en ziel medewerking gegeven aan de Dominicus Kerk in Amsterdam. Wel
verafschuwde hij het fundamentalisme en
het achterbakse in de roomse wereld. Het geloof in God, ach het betreft het
domein van het onoverzienbare. Neem de oude teksten als hulpmiddel voor een
ethisch kompas en niet als letterlijke leerboeken over wat waar en onwaar is.
Na onze gezamenlijke Aldebaran kocht hij samen met
Tine een Engelse boot, gebaseerd op een model van een visserschip geschikt voor
de oostelijke kusten. Geen fratsen; een open kuip waar weer en wind vrij spel
kregen, waar hij met zijn hele lijf met de elementen werd geconfronteerd. Hiermee genoten zij van het water en vooral
de ruimte die het water bood. Hij vertelde ons dat hun afscheid van deze
prachtige boot geen pijn deed. Zoals een oude Friese visser zittend op de bank
bij de zeesluis van Lemmer ons eens uitlegde: “het boek is ut”. Geen pijn? En
dat zal eens de Prinsengracht ook treffen, een plek waar alle kinderen en
vrienden hebben kunnen genieten van de unieke compositie van de uitdrukkingen
van de verscheidenheid van hun bestaan. De koe van Giel D’hont op de muur bij
de stamtafel, die je aankijkt vanuit de rust van een weiland en ook met de
blik: ‘heden ik, morgen gij”. Ja het zou mooi zijn als de dood een leugen is.
Zou het dan op de een of andere manier toch allemaal blijven waarvan we zoveel
hielden? Zijn we Peter dan toch niet helemaal kwijt geraakt?