024.JPGUitvaart van Frits Wobbe SJ: Overweging

Fil. 4: 4-7; Joh. 21: 15-18

 

Heb je me lief? Deze vraag van Christus aan Petrus loopt als een rode draad door het rijke leven van Frits. Frits zei mij eens dat hij zichzelf als een combinatie zag van ‘pesant’ en ‘joyeux’: zwaarwegend en blij. Zoals Wies al zei, voelde hij zich thuis in de rol van de clown, tegelijk verdrietig en vrolijk. Hij kon immers zwaar tillen aan mensen in zijn omgeving die te lijden hadden onder hun handicaps, pijn en verdriet. Hij bezocht die mensen trouw en nam ze mee uit om iets moois te zien of om uit eten te gaan. Heb je mij lief, Frits? Ja Heer, in de mensen die u mij geeft om hun kruis mee te dragen.

 

Als toneelregisseur op het Stanislascollege koos hij moeilijke stukken, waardoor leerlingen boven zichzelf werden uitgetild. Maar altijd was zijn regie doorspekt van verrassingselementen en humor. Het toneelstuk, ‘Het rijk achter de glazen berg’, eind negentiger jaren, vormde het hoogtepunt van zijn carrière. Het stuk was gebaseerd op het dagboek van Janus Kortsjak, een Poolse kinderarts en pedagoog, die tijdens de tweede wereldoorlog een weeshuis voor Joodse kinderen leidde binnen het getto van Warschau. Hij beschreef het leven in zijn tehuis met verliefdheidjes, ruzietjes e.d. Frits liet zijn leerlingen zelf de hoofdstukjes uit het dagboek tot speelse scenes bewerken, maar binnen een steeds dreigender context. Uiteindelijk komen de nazi’s de kinderen weghalen en blijft er een leeg toneel achter met een poppetje of een ander speeltuig. De kinderen verdwijnen in een donker gat. Daarna lichten boven het toneel duizenden sterretjes op en klinken de laatste woorden van de verteller, die Frits niet zonder tranen kon horen: ‘Ik zou willen dat ik een van die kleine sterretjes was’. Ontroerend en onvergetelijk.

 

Frits speelde ook Romeo en Julia juist  toen in Bosnië de oorlog woedde. Frits sprak zijn leerlingen voorafgaand aan het stuk toe: “Jullie weten dat er niet ver hier vandaan een oorlog woedt. Jullie gaan een stuk over de liefde spelen. Jullie moeten door je spel de mensen de hoop geven dat de liefde sterker is dan het kwaad.”

 

Zo overwon Frits ook zijn eigen zwaarte door liefdevol contact met mensen en door te  genieten. Wat heb ik fantastische vakanties met hem meegemaakt in de Alpen van Zwitserland en Frankrijk. Adembenemende tochten langs steile hellingen, over bergranden en gletsjers; een keer zelfs 8 dagen lopend van hut naar hut. Na die tocht keerde hij opgewekt terug naar huis en bleef ik uitgeput achter.

Ook leerlingen nam hij mee op vakantie, naar Locarno en Bretagne. Hij liet hen avontuurlijke tochten maken en baden in ijskoude bergbeken onder een waterval. Frits liet zien dat je hangend aan een omgevallen tak de waterval over je heen kon laten gutsen. Met als resultaat dat de leerlingen hem een nieuwe zwembroek hebben geschonken.

 

Frits genoot ook van het zingen in het schoolkoor en bij Qui vive. Na afloop van zo’n concert was hij ontroerd van vreugde. Hij ging ook met collega’s en leerlingen naar toneel, film en ballet en op kloosterbezoek in Brugge. In de natuur maakte Frits de mooiste foto’s die wij nu nog steeds gebruiken voor beeldmeditaties. En Frits genoot van kinderen, vooral spelende kinderen. Hij vond het prachtig als hij zijn kleine achterneefjes en nichtjes mocht dopen. Het bureaublad van zijn laptop droeg een afbeelding van drie van die kleintjes: Rikke, Imme en Pippa. Ze zijn hier, maar wel groter geworden. Heb je me lief, Frits? Ja Heer, in alle mooie mensen en dingen waarvan ik mag genieten.

 

Ik heb Frits ook zeer gewaardeerd als overste. Niet dat hij daarvoor in de wieg gelegd was. Hij kon onhandig zijn in zijn optreden. Maar ik bewonderde hem om zijn rust en draagkracht. Dat had te maken met zijn gebedsleven; je zag hem in de kapel, ’s ochtends vroeg, ’s middags en ’s avonds. Daardoor bleef hij rustig en kon hij jarenlang de verantwoordelijkheid over onze communiteit dragen.

 

Hij heeft door zijn voorgaan en zijn preken vele mensen geestelijk voedsel gegeven en hij heeft velen spiritueel begeleid in retraites en daarbuiten.

Op zijn 25jarig priesterfeest hield hij een voor mij indrukwekkende overweging. Hij zei: ‘De voornaamste keuzes die je in je leven maakt, gaan over het gevoel waarmee je in het leven wil staan: achterdochtig of vertrouwend, angstig of hoopvol, piekerend of dankbaar, op je zelf gericht of liefdevol’. Daarmee hangt de keuze van de eerste lezing van deze liturgie samen. Paulus zegt: “Broeders en zusters, verheugt u in de Heer te allen tijde. Laat al uw wensen bij God bekend worden, maar nooit zonder dankzegging”. Die raad gaf Frits mij ook persoonlijk toen ik met een probleem kwam: laat de lamp van de dankbaarheid niet uitdoven. Hoezeer bleek hij later zijn eigen raad nodig te hebben.

 

In 2002 was er namelijk voor het Berchmanianum een spirituaal nodig en een jaar later een overste. Frits heeft de oproep van zijn provinciaal in gehoorzaamheid aanvaard. Hij vond daarbij kracht in het evangelie van vandaag: “Wanneer je oud wordt, zal een ander je handen grijpen, je een gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’ Hij moest het leven met jongeren inleveren voor een leven met ouderen. Heb je mij lief, Frits? Ja Heer, u weet dat ik u liefheb. Ik zal u volgen naar Nijmegen. En zo kon hij zorg geven aan zijn bejaarde medebroeders. De zieken bezocht hij dagelijks, hier en in het ziekenhuis en hij las voor aan een blinde medebroeder. Alfons Grimberg zei mij nog voor zijn dood hoe dankbaar hij was voor de aandacht van Frits.

 

En toen kwam de grote beproeving, vier jaar geleden. Frits begon te sloffen en verstrooid te raken. Een reeks van tia’s bleek zijn fysieke en geestelijke gezondheid te ondermijnen. Hij kwam eind 2009 weer terug naar Delft. Een jaar geleden op Goede Vrijdag kreeg hij een hersenbloeding. Hij ging naar het Berchmanianum om te revalideren, maar het zou alleen maar erger worden. 

 

Heb je mij lief Frits? Frits had ons in Delft gezegd dat hij niet van plan was zich te beklagen. Dat was een bewuste religieuze keuze van hem. Eens toen hij nog voorging, bad hij bij de offerande het gebed van Ignatius ‘Neem Heer en aanvaard, uw liefde is mij genoeg’. We zullen dat straks ook doen.

 

Maar naarmate hij nog meer gehandicapt raakte, kreeg Frits het ook steeds moeilijker. Hij wilde leven en niet doodgaan. Hij kon ongeduldig en moeilijk zijn voor zijn omgeving. Maar toch: zijn diepe religiositeit bleef bij hem. De H.Mis in de kapel was het hoogtepunt van zijn dag. Je zag hem met alle gebeden meedoen. En als hij in bittere nood om hulp riep, kon uiteindelijk alleen het gebed hem geruststellen, zoals psalm 23 die wij gezongen hebben.

Maar Frits kon tijdens zijn ziekte ook lachen, zoals op de foto van ons boekje. Hij voelde zich thuis in het Berchmanianum. Hij genoot - zolang als het ging - van de gesprekken in de aula en van de spelletjes in de huiskamer, of als Anne hem naar de botanische tuin reed. En er kwam een brede lach op zijn gezicht toen hij mij laatst bij het weggaan een kruisje op mijn voorhoofd gaf.

 

En nu Frits, waar ben je nu? Ben je nu zelf een van die sterretjes van je toneelstuk? Frits schreef ooit een gedichtenbundel die hij aan vrienden gaf. In het exemplaar van Anne uit 2010 schreef hij voorin het volgende: “Dit bundeltje – ontstaan in de jaren tachtig – is te lezen als een soort geestelijk testament, uiting van diepste verlangens en uitzien naar ‘de dag’. Graag wil ik besluiten met een korte overweging van Frits uit die bundel over ‘de dag’. De tekst staat in uw boekje en heet: ‘Verrijzenis’

 

Ik voel in me iets van ’n intens medelijden met de lijdende mens,

iets van één willen zijn in solidariteit, in liefde, in aanvaarden en volharden met zóvelen…

Zoals Maria Magdalena bij het graf…zij was er het eerste bij.

Ze roept Petrus en Johannes, maar die gaan – niet begrijpend – naar huis.

Zíj geeft niet op. Ze mag haar verdriet beleven, ervaren,

ze kan niet anders dan huilen totdat Jezus haar verschijnt –

omdat Hij haar liefheeft,

omdat haar verdriet ruimte maakt voor de ontroering van de verrijzenis.

Daar is geen leeg graf meer, geen woorden die leeg zijn…

Daar was Iemand – Hij – en “Hij kent me bij mijn naam – Hij houdt van mij.”

 

Dag Frits, goede vriend, het is volbracht. Dank je wel voor wie je was en voor wat je ons gegeven hebt. Moge je nu verenigd zijn met Hem die jou kent bij je naam, die van je houdt. Amen.

 

Bert ten Berge sj