Arnold van
den Boogaard
(Arnoldus
Aloysius)
broeder in
de Sociëteit van Jezus
Broeder Arnold van den Boogaard werd op 14 juli 1926 geboren te Beek-Ubbergen.
Hij trad op 24 mei 1945 in de Orde van de Jezuïeten. Vele jaren vervulde hij een taak in de vormingshuizen als koster, reftermeester, portier en waar zijn hulp maar nodig was.
Van 1975 tot 1993 was hij werkzaam in de St.Jozefparaochie in Nijmegen, waar hij gastvrij en altijd vriendelijk de parochianen ontving in kerk en Parochiecentrum.
Tevens was hij ruim 30 jaar medewerker van het Katholiek Documentatie Centrum.
In 1995 kwam hij naar het Berchmanianum, waar hij overleed op 17 oktober 2015.
Ziet, ik ga iets nieuws beginnen.
Het is al ontloken, bemerkt gij het niet?
Nico,
Joke, tante Erie, Josée, Ton, tante Miekie. En oom Arnold.
Een
vreemde gewaarwording. Een generatie glijdt weg in de tijd. De cirkel is rond.
En hij is af. Afgerond. Iedereen is nu thuis.
Wat
ons rest zijn goede en lieve herinneringen aan een lieve en in-goede man die
vanuit zijn geloof en overtuiging zijn leven gewijd heeft aan goed zijn voor
anderen.
Oom
Arnold was, met zijn Vespa, de verbindende factor in de familie. De
boodschappenjongen met de afgeknipte wollen handschoenen. Hij mocht altijd
iedereen en iedereen mocht hem.
Hij
hield van klassieke muziek en, net als Nico en Josée, van Gregoriaanse
gezangen. En van Maastricht, waar hij een deel van zijn leven heeft
doorgebracht.
Vandaag
staat hier nu een jongere generatie, kinderen van den Boogaard, Claassen en
Zandhuis, om samen afscheid te nemen van een oom die hun allen, zonder
uitzondering, bijzonder lief was.
Het
vaarwel is voor altijd. De herinneringen zijn onuitwisbaar.
Cum omnibus bonis quiescat
Moge hij rusten met alle goede zielen
Uitvaart
Arnold van den Boogaard Lc. 12:35-44
Berchmanianum,
22 october 2015 Apoc.
21:1-5
Toen Arnold
in de herfst van 1944 door een Canadese militair in zijn jeep naar het noviciaat
werd gereden leverde hij hem af bij de magister met de woorden: Here he will be happy. Hier zal hij
gelukkig zijn. Nu we 70 jaar later afscheid nemen van Arnold kunnen we zeggen
dat die militair dat goed gezien heeft. Arnold is gelukkig geweest bij de
jezuïeten. En wat zeker zo belangrijk is: hij heeft ook ons, zijn medebroeders,
gelukkig gemaakt.
Arnold was
een broeder oude-stijl: portier, reftermeester, linnenkamer, koster, hij was,
om met de woorden van het evangelie van vandaag te spreken, aangesteld om zijn
medebroeders, de dienaren van zijn Heer en hun Heer, op de gestelde tijd hun
rantsoen te geven aan eten, drinken en kleren. Dat heeft hij trouw gedaan.
Arnold was
ook een broeder nieuwe-stijl, hij ontwikkelde zich continu. Ik vond in zijn
nalatenschap een hele stapel getuigschriften voor cursussen, die hij met goed
resultaat had gevolgd. En in zijn boekenkast staat een collectie boeken waar
menige pater in dit huis een voorbeeld aan kan nemen. Hij was ook een
uitstekende lector, die zelfs toen zijn geestelijke vermogens achteruit gingen
nog voortreffelijk bijbelteksten kon voorlezen in de Eucharistieviering. Hij
gebruikte het kapitaal dat hij aan talenten had meegekregen maximaal.
Maar bovenal
was Arnold een broeder nieuwe-stijl doordat hij apostolaat bedreef op een heel
effectieve wijze, niet door van de kansel af de parochianen voor te houden wat
zíj moesten doen, doch door zelf zich onder de gewone gelovigen te mengen en
met hen samen op christelijke wijze het leven van alledag te leiden. Hij
collecteerde voor de Kankerbestrijding, hij was met hart en ziel vrijwilliger
voor de Zonnebloem, hij werkte als vrijwilliger in het Katholiek Documentatie
Centrum, hij zong in meerdere koren, was lid van de liturgiegroep en van de
oecumenegroep. Hij nam met verve deel aan het parochieleven. Als directeur van
het Parochiecentrum van de Jozefparochie had hij ook de gelegenheid daar een
stimulerende rol in te spelen.
Arnold stond
met beide benen in de wereld. Maar naarmate hij ouder werd werd die wereld
steeds kleiner en de laatste jaren beperkte zich dat tot de gesloten afdeling
van ons huis. Wel bleef hij ’s zondags meezingen in het koor. Hij kende alle
liederen, Nederlands of Latijn, uit zijn hoofd. Hij bleef ook iedere dag naar
de kapel komen. Want de inspiratie waaruit hij zijn hele leven had geput bleef
ook in de laatste jaren.
Op de deur
van zijn kamer hing een fragment van een schilderij van Titiaan, waarop de
apostelen naar de hemel staren. Ook Arnold keek uit naar de hemel. Het “ouwe
menneke” zoals hij zichzelf spottend noemde als hij weer eens geholpen moest
worden keek uit naar het moment waarop de Heer zou komen, om zodra Hij klopte
open te doen. De Heer heeft hem wakende gevonden, de trouwe, vriendelijke,
in-goede knecht, die zonder pretenties en zonder frustraties zijn werk had
gedaan. Nu was het de tijd om zelf bediend te worden aan de tafel van de Heer,
in het nieuwe Jeruzalem.
In de eerste
lezing hoorden we het visioen van de Heilige Johannes over de nieuwe hemel en
de nieuwe aarde. De oude aarde zal verdwijnen, God gaat iets nieuws beginnen. Het is al ontloken, bemerkt ge het niet?
profeteerde reeds de profeet Jesaja (43:19). Niet iedereen bemerkt het. Hele
volksstammen leven alleen in deze oude wereld en volgens de normen van deze wereld,
hoeveel leed en tranen die normen ook met zich meebrengen. De gelovige leeft
ook in die oude wereld, maar ziet hoe
God met iets nieuws bezig is in ieder die wil leven volgens het Evangelie.
In hen
ontkiemt een nieuwe wereld, waar geen plaats meer is voor rouw en smart. Die
wereld kunnen we niet zelf scheppen. Maar we kunnen er wel naar verlangen en
alleen in mensen die er naar verlangen kan God het zaad voor die nieuwe wereld
laten ontkiemen. En wie werkelijk naar die nieuwe wereld verlangt zal proberen
er nu al zoveel mogelijk van te realiseren. Arnold verlangde er naar en dat
bleek uit zijn manier van leven.
Arnold kwam
in de herfst van 1944 aan in Mariëndaal in die militaire jeep, maar hij startte
zijn eigenlijke noviciaat pas een half jaar later in mei 1945, in de week van
Pinksteren. Daarom wilde hij in 1995 zijn gouden jubileum ook vieren op
Pinksteren. Op die dag zei Arnold is het voor mij begonnen, op dit feest
staat de Geest centraal. Pinksteren is het feest van de Kerk.
We zullen
straks onder de offerande de sequentie zingen van de Heilige Geest:
Veni Sancte Spiritus:
Kom, o
Heilige Geest,
was wat vuil
is van ons af,
besproei wat
dor is,
genees wat
is gewond,
buig wat
star is,
verwarm wat
koud is,
maak recht
wat krom is,
geef hem het
loon van de deugd,
geef ons een
zalig einde,
geef Arnold
en ons de eeuwige vreugde.