Mail over Spiritualiteit

 

Jan van Kuijk schrijft:

 

1)         Het citaat van Rahner in de voortreffelijke aantekeningen van Bert ten Berge is niet helemaal volledig lijkt me. Ik heb het opgezocht in een boekje waar Rahner geciteerd wordt uit „Frómmigkeit früher und heute” (Schriften zur Theologie VII, 1-31). Dat citaat geeft enkele aanvullingen (door mij weergegeven in vertikaal schrift).

 

„Der Fromme von morgen wird ein „Mystiker“ sein, einer, der etwas „erfahren“ hat, oder er wird nicht mehr sein, weil die Frömmigkeit von morgen nicht mehr durch die im Voraus zu einer personalen Erfahrung und Entscheidung einstimmige, selbstverständliche, öffentliche Überzeugung und religiöse Sitte aller mitgetragen wird, die bisher übliche religiöse Erziehung also nur noch eine sehr sekundäre Dressur für das religiös Institutionelle sein kann. Die Mystagogie muß von der angenommenen Erfahrung der Verwiesenheit des Menschen auf Gott hin das richtige „Gottesbild“ vermitteln, die Erfahrung, daß Gott wesentlich der Unbegreifliche ist…“

 

2)         De vrome van morgen zal….

Hier worden enkele kenmerken opgesomd van de “vrome” van de toekomst, van tegenwoordig. Bij het tweede kenmerk spartel ik tegen:

Ik denk dat je mét alle stuurdrift en angstigheid van hiërarchie en kerkleiding niet ook alle dogma over boord moet kieperen. Zo is bijvoorbeeld het dogma van de drie-eenheid echt wel te herijken als je teruggaat naar de wortels van de bijbelse taal (OT en NT)*. Je krijgt dan woorden van troostende eenvoud. Ik denk dat je toch menselijke woorden nodig zult blijven hebben, alleen al om eens een keer iets gezamenlijks te kunnen vieren. Menselijke woorden komen niet vandaag voor het eerst uit de lucht vallen. Ik ben het er helemaal mee eens dat de nieuwe romeinse catechismus en heel veel preken onverteerbaar zijn en volgepropt zitten met “Dressur”. Gelukkig zijn er nog uitzonderingen!!

 

*Een voorbeeld van hoe dat gaat geeft Hans Küng in zijn Einleitung in den christlichen Glauben. Dat boekje heb ik nergens meer in het Nederlands kunnen vinden. Zou het uit de markt genomen zijn??

Anderen merken wel op dat dit teruggaan naar de bronnen a priori onmogelijk is omdat je in het hedendaags taalveld gevangen blijft. Daar ben ik het niet mee eens.

 


 

Mijn impressies van Soeterbeek 2012   

 

Harry van der Zant

 

Cees Waayman, aangekondigd door de voorzitter Jan Peters als de man van de ’dikke Waayman’ in zes talen verschenen: een dik boekwerk over de geschiedenis van de spiritualiteit.

Zowel voorzitter als spreker maken een wakkere ‘zacht-moedige’ indruk. Ze hebben er duidelijk zin in.  Ze lijken op vertrouwd terrein, spreken vanuit ervaring?

Cees zet ons neer naast de grote Jezuïet Karl Rahner, eind jaren zestig. Een fragment:

            De vrome van morgen zal mysticus zijn of hij zal niet meer zijn.

            Zo gezegd. Mijn associatie:

            Bergen op Zoom, houdt u vroom…vroom heeft diverse connotaties.

Karl  Rahner keek naar de toekomst van de spiritualiteit, 50 jaar verder. De tijd van vandaag. Waar staan we nu?

Wat was eigen aan een mysticus voor Karl Rahner. Er zijn verschillende dimensies.

Een mystiek mens:

  1. Staat in en spreekt vanuit de eigen ervaring. Hij gaat ergens doorheen.
  2. Deze persoon leeft in en vanuit betrokkenheid op de wereld.
  3. De beoefening, de ascese is bij deze persoon vooral ingeweven in het gewone dagelijkse leven.  

 

Wat zegt Cees verder over deze drie punten?

 

Ad 1 De eigen ervaring

 

Tot voor kort was in de kerk het gebied van de ervaring redelijk verdacht in tegen stelling bijvoorbeeld de ervaring binnen het domein van de psychoanalyse. Het boek van de Jezuïet Piet Schoonenberg mocht niet verschijnen en is pas onlangs gepubliceerd. K.arl Rahner voorzag dat veel overtollige en vooral op de buitenkant gerichte religieuze dressuur en socialisatie zou gaan verdwijnen. Dat is ook gebeurd door secularisatie.

Oog hebben voor de essentie bij de groten in de spirituele geschiedenis en actualiteit, zo betoogd hij,  kan ons op de leerroute naar mystiek ervaren zetten. Studie van spiritualiteit is ook spiritualiteit. Hij haalt een tekst aan:

‘ in alle dingen God leren schouwen’ , een uitspraak van Ignatius. Hij spreekt over ervaringen van ‘ het geheim’. Het geheim wel of niet in associatie met een Godsbeeld. Ook in andere niet christelijke tradities is spiritueel goud te delven.

Een zekere vorm van ascese, training, inwijding blijft nodig volgens Cees om bij de ervaring van het geheim te komen. Cees praat over mystagogie. Door een gestaagheid van beoefening kan de beleving verdiepen.

 


 

Ad 2. Betrokkenheid bij de wereld.

 

Karl Rahner voorzag al een trendbreuk. Vroeger was het juist je afkeren van de wereld wat tot spiritualiteit bracht. Afkeer van het lichamelijke en seksualiteit. Er ontstond de afgelopen jaren over de hele breedte een verwereldlijking van de spiritualiteit. De wereld is ten diepste ‘ goed’ te noemen . Voor gelovigen de wereld leren zien als Gods zelfmededeling of verwerkelijking .  De naam van Teilhard de Jardin valt. Tijdschriften van psychologie en sociologie bieden aardige informatie over die verwereldlijking van spiritualiteit. Ook spiritualiteit is mondialer, interreligieeuzer, ecologischer geworden met nieuwe media interconnected.

Enkele problemen die Cees bij dit proces van verwereldlijking ziet zijn:

  1. angstbeleving van mensen met neiging tot verkokering, verkleining in nationalisme of fundamentalisme
  2. Wat te doen met een Godservaring in een seculier cultuur. Hoe ziet daarin dat geheim er uit.
  3. De verhouding tot de tradities. Hij spreekt over een positief kritische houding en noemt daarbij enkele ‘groten’ Rumi (islam), Ignatius, Joodse mystiek.

 

Ad 3. De maat van het alledaagse leven.

Geen overmatige ascetische praktijken, maar spiritualiteit verweven in het alledaagse leven. De zogenaamde nieuwe spiritualiteit levert een rijkgeschakeerd landschap op aan beoefening en rituelen, soms met een overdaad aan praktijken.

Onze opgave daarbij is volgens Cees: vrede sluiten:

-         vrede sluiten met ons eigen verleden

-         het andere waarnemen en leren verstaan,

-         vrede sluiten met het andere, ongekende en onbekende.

 

Zijn indruk is dat Karl Rahner het 50 jaar geleden aardig goed gezien heeft en hij nodigt ons uit zelf antwoord te geven op diens vraag:

Hoe zal de vrome van morgen er uit gaan zien………?

 

In de uitwisseling daarna kwamen aan de orde:

-         diverse eigen ervaringen met het ‘geheim’ in yogabeoefening en andere praktijken

-         de verbinding of niet verbinding van spiritualiteit met het expliciete beeld of ervaren van God

-         verbondenheid met de traditie als basis voor dialoog. Je moet ergens staan om vanuit te kunnen spreken

-         Vrede sluiten ga er maar aan staan…..

 

 

 

 


 

Mijn aantekeningen middagsessie Soeterbeek 2012

 

Harry van der Zant

 

We zaten met een behoorlijke groep een kleine twee uur in corona bij elkaar. Wouter van Ginneken leidde het gesprek.

 

Thematiek:

Maatschappelijke spiritualiteit

 

Deelnemers:

Elly Vlaar                                          Stef Nielen

Peter van Dael                                 Antony Singelenberg

Riet van Welie                                 Alfons Grimberg

Jan Knapen                                       Paul Smits van Waesberghe

Jac Lampe                                         Ans Kerstholt

Nelleke Vleugel                               Harry van der Zant

Wouter van Ginneken

 

Wouter doet een voorzet en geeft wat invalshoeken om naar maatschappelijke spiritualiteit te kijken

Er ontstaat een uitwisseling over betrokkenheid op de wereld door je in te zetten voor mensen die het minder hebben, de armen.

Een missionaris die naar de Salomons Eilanden gaat geeft er zijn hele leven voor. Het oprichten van een school voor doofstomme jongeren of een ander voorbeeld een schooltje voor Aids-kinderen. Een van de deelnemers vertelt over het geraakt worden door een jongetje en uiteindelijk aannemen van het jongetje als het eigen kind. De een gaat er aan voorbij, de ander laat zich raken en voegt de daad bij het woord. De armen zul je altijd bij je hebben, wordt gezegd, meevoelen met de ander en vraagt van je zelf om je er voor open stellen en te geven vanuit de eigen bron. Een mens goed gedaan voegt toe aan de hele wereld. Open staan voor de andere, het andere, andere culturen maakt ook je eigen wereld rijker.

Wat zit er in de eigen bron, wat haal je er vandaan en hoe? De mijnwerker gaat op pad. Het delven van talenten in jezelf vraagt om beoefening, ascese, reflectie in wisselwerking met de noden van de wereld. Die talenten zijn bij ieder zeer verschillend. Gelukkig maar. Paradoxaal:

Belangeloos geven en in liefde ontvangen, maakt beiden rijker.

Er ontspint zich een uitwisseling over hoever onze talenten reiken.

Enkele zeggen dat we maar beperkte wezens zijn en kijken juist naar de ervaring van die kleinheid als moment van spiritueel beleven, anderen geloven juist in de onuitputtelijkheid van de talenten van mensen. We blijken in staat grote doelen te halen, we gaan vooruit, de indicatoren op wereldvraagstukken tonen aan dat het beter gaat ondanks alles. Heb moed en volharding.

Waar is God in de spirituele beleving, vragen sommigen zich af. De overwegende mening is dat hij niet noodzakerlijker wijze in de spirituele ervaring aanwezig is.

Is spiritualiteit dan gelijk aan humaniteit? Sommigen zijn geneigd dat te bevestigen. Voor anderen is humaniteit er een onderdeel van. Ze ervaren de spiritualiteit in de verwondering, de mystieke beleving, sommigen ook in het niet weten, niet hoeven weten, het grote onbekende of de leegte.

Het is allemaal te groot, hoe moet je de wereldproblemen oplossen. Ervaring van eigen kleinheid en onmacht kan je ook bij het ‘geheim’ brengen.

We gaan nog even door op de beoefening, de ascesekant:

-         werken met visualisaties en daar gevolg aan verbinden,

-         nooit tegen het getij in willen roeien, maar met de stroom van de rivier mee gaan, open staan voor wat wel mogelijk is,

-         alertheid en gestaagheid ontwikkelen om bij je voornemens te blijven,

-         verwondering kan je bij het mysterie brengen, is in zekere zin ook een moment van genade.

In welke dispositie brengen ons dit soort overwegingen. We gaan terug naar de mijnwerker, de delver van het eigen talent.

Houden we de schatten voor ons zelf?

Gaan we er mee de wereld in. Verschillende Bijbelteksten moedigen ons aan dit laatste te doen: onder de korenmaat vandaan.

Denk aan beelden als:

-         olievlekwerking

-         ga en zet alles in vlam, spreken met vurige tongen

-         ook aandacht voor het kleine

-         doen waar de geest ons toe beweegt

-         we kunnen soms pas na heel veel jaren de uitwerking zien.

Spiritualiteit kan ons prikkelen tot genereuze mensen.

We zijn er stil van….