In dankbare herinnering aan

 

Frans Kurris

(Frans Jozef Marie Gerard)

 

priester in de Sociëteit van Jezus

 

Maastricht, 17 februari 1926

Nijmegen, 20 september 2015

 

Frans werd geboren als de oudste zoon van een degelijk katholiek echtpaar met een dochter en vier jongens. Al vroeg onttrok hij zich aan het gezinsleven om op tweehoog zijn eigen leven te leiden.Buitenshuis was hij vaak als prefect van de jongerencongregatie te vinden bij de paters jezuïeten aan de Tongersestraat. Lag hier de kiem van zijn roeping tot volgeling van Sint Ignatius?

In 1944 vertrok hij, 18 jaar, in een legertruc door het pas bevrijde deel van ons land naar het noviciaat van de paters jezuïeten in Grave.

Eenmaal in de orde opgenomen studeerde hij aan het filosoficum Berchmanianum te Nijmegen en vervolgens aan de universiteit aldaar Franse taal en letterkunde. In zijn geboortestad volgde hij de theologische opleiding aan het Canisianum en werd in de Sint-Servaas tot priester gewijd in 1959.

Frans’ eerste werkplek was het retraitehuis in Spaubeek. Daar begeleidde hij, spiritueel en literair gevormd, groepen jongens en mannen op een originele, eigentijdse wijze in gebed en meditatie.

Later in Amsterdam was hij redacteur van het tijdschrift Streven. Daarnaast gaf hij retraites in het land.

Vervolgens werd hij leraar Frans aan het Aloysiuscollege in DenHaag en pastor van de in de kuststreek woonachtige Franstaligen. Hij bleek er hun steun en toeverlaat, een geestelijk leidsman vol liefde en zorg voor de aan hem toevertrouwde overwegend jonge gezinnen. Hoeveel trouwlustigen, eenmaal terug in Franskrijk, hebben hem niet uitgenodigd om er hun huwelijk in te zegenen? In verband met zijn verdiensten voor de Franse gemeenschap ontving hij de onderscheiding als Chevalier de l’Ordre de Mérite. Frans ooit individualist, had zich ontwikkeld tot een praatpaal voor velen, jong en oud, in gezinnen en familiekring.

In 2005 verhuisde hij naar het tot verzorgingshuis getransformeerde Berchmanianum, allerminst om er op zijn lauweren te rusten. Geen “verdomp geluier”! Hij had er een tijd de zorg voor de liturgie, verleende assistentie in parochies, schreef en vertaalde boeken en artikelen, noteerde met de nodige humor de ups en downs van zijn kosthuis in het Jezuïeten tijdschrift en ... fietste vele uren in Gods natuur.

Waar hij niet tegen bestand was, waren twist en tweedracht, want Frans was een mens van verzoening. De eeuwige Vrede is hem nu ten deel gevallen.