Angela van den Akker stuurde mij een artikel van Joop Coli uit 2013
goede morgen Jac,
gisteren was ik op de uitvaart van Frans Tromp. Toen ik zijn zus Mieke beluisterde moest ik denken aan een artikeltje van Joop. Hij heeft dat geschreven rond 1995 voor het blad van de hervormde gemeente in Tricht. De toenmalige predikant Henk Fonteyn (die ook Joop zijn uitvaart en ziekenzegening heeft geleid) heeft dit opgenomen in zijn boekje "kerkdienstgemist.nl" uitgegeven in 2013. Hetgeen Joop geschreven heeft toen is anno 2016 nog steeds het lezen waard. Misschien is dit artikeltje iets voor op de site sjoudsj.
met een hartelijke groet,
Angela van den Akker
“Ik ben opgegroeid binnen de katholieke traditie waarin een der kinderen priester zou moeten worden en dat in een periode dat de tweede wereldoorlog volop woedde (ik was ruim zeven toen deze oorlog uitbrak).Van jongs af, zolang ik mij iets kan herinneren, was ik daartoe bestemd. Want het is toch mooi om priester te zijn. We gingen zelfs dagelijks naar de kerk. Maar ik wil praten vanuit mijn ervaring van de afgelopen vijfentwintig jaar waarin ik toch feitelijk iedere zondag naar de kerk ga. Toentertijd deed ik namelijk de ontdekking dat ik leegte ervoer en nauwelijks meer toekwam aan religieuze zelfreflectie. In mijn dagelijks werk met studenten deed ik vrij veel aan zelfreflectie binnen het kader van de supervisie, over het werk en over henzelf (studenten van de dagopleiding) en mijn betrokkenheid daarbij. Met de post - H.B.O.- studenten deed ik dat ook en dat was vanwege hun ervaringen vaak heel indringend en confronterend. Maar wat ik miste was een vorm van toetsing van mezelf. Ik miste letterlijk de toetsing aan een bron van inspiratie, die ik wel altijd in de religie had gevonden Het was het moment dat ik ging shoppen in de kerk op zoek naar oude maar vooral ook naar hedendaagse waarden en normen, op zoek naar “Iets” dat mensen en derhalve ook mijzelf kon inspireren. Ik was gestopt met mijn werk voor de parochieraad in de katholieke kerk. De toentertijd dienstdoende pastoor was een hele lieve en aardige man die met name voor de kinderen leuke en lieve verhaaltjes uit zijn missiepraktijk (27 jaar China) kon vertellen, maar weinig inspiratie bood hoe kerk te zijn in het postconciliaire tijdperk. Ik had daar echt behoefte aan op basis van mijn voorgeschiedenis. Onze kinderen die toen regelmatig naar de zondagschool gingen, kwamen met vragen en de dominee gaf daar weinig of geen antwoord op. Mijn vrouw ( kerkenraadslid) kwam in aanvaring met eerwaarde heren die haar ‘als vrouw in het ambt’ geen hand konden geven voor de dienst. Ik was boos, letterlijk ver-ont-waardigd en de ‘broeders’ waarmee ik in gesprek ging, trokken zich in hun egelstellingen terug. Na wat omzwervingen kwam ik bij een dominee terecht, die me vanaf het eerste moment aansprak. Indringend, confronterend, exegetisch, vragend, tot keuzes uitnodigend, in spannende en mooie taal, maar vooral viel het me op dat hij steeds ontwapenend zichzelf was, met humor en ernst, met alle gaven voor samenlevings - (gemeente)opbouw, pastoraal open en betrokken, en mensen aansprekend en wervend voor de vele initiatieven en mogelijkheden die hij zag en inspirerend er bij hield, met oog voor kleine attenties en details om het gaande te houden.
Inderdaad leerde hij me zien, wat hem bewoog en hoe hij dat in praktijk bracht. Moeilijke onderwerpen over dood, lijden, dodelijke ziekte, verdriet, eenzaamheid, ging hij niet uit de weg. Maar hij sprak ook over de rijkdom van de Geest, de vreugde van het samen kerk - zijn op zovele niveaus. Daarom ging ik bij hem naar de kerk omdat ik antwoord kreeg op mijn zoeken en verwachtingen die ik zelf als beginnend priester in het conciliaire tijdperk koesterde, maar die ik binnen die RK kerk zag afbrokkelen, omdat ik mensen niet tot de sacramenten mocht toelaten, eenzamen, hulpelozen, in ellende verzeilde vrouwen en mannen, die ik het gevoel wilde geven, dat ze zoals ze waren, erbij mochten horen en verdienden geholpen te worden. Kinderen er bij betrekken en catechese heel dicht bij hen te brengen door de schepping met hen te dansen en verbeelden i.p.v. onze dogmatische abstracties te moeten overhoren. Natuurlijk heb ik toen en nu me afgevraagd of ik niet te veel daarin aan deze predikant als persoon gebonden was. Dat ben ik ook, alleen ik vind dat de kerk mede in hem gestalte kreeg en nu blijf ik er niet meer voor weg bij anderen, bij wie dat weer anders vorm krijgt. Ik blijf natuurlijk wel kritisch, maar binnen die ruimte kan ik ook me zelf wel blijven vasthouden en binnen die anderhalf uur op zondagmorgen doe ik inspiratie op, hetzij samen met anderen, of ondanks mijzelf en anderen. Ik kan mezelf toch confronteren aan het Woord, de discipline opbrengen daar regelmatig mee bezig te zijn en te groeien…. Dat ik niet als een eenling en alleen van eigen gelijk vervuld doordram, doch objectiverend met anderen ‘het geven niet wil verleren’…Binnen de kerkelijke traditie ligt een geweldige rijkdom vervat aan Woord, gebed, tekst en uitleg, aan symboliek en rituelen, vieringen, en prachtige muziek. Hoeveel schoonheid, kunst en cultuur is er door die traditie heen inspiratiebron geweest. Dat snuif ik inderdaad met graagte op en hoe heerlijk is het dan om dat samen met anderen te doen. Daar is die plek toch voor gemaakt, daar ontmoet je toch mensen, vanuit die zelfde traditie en cultuur, daar leer je en wil je toch graag bidden, mediteren, stil worden en zijn, gevoed en hernieuwd geattendeerd worden op verrassende nieuwverworven inzichten, aansluitend op de nood van de wereld. En dat in ontmoeting met alle generaties. Hoe kan ik intens genieten en verrast worden door spontane kinderantwoorden, wat heb ik veel geleerd van de oudere leden van het leerhuis, van mijn schoonvader, van de jeugd met wie we de musical Esther hebben opgevoerd. Gemeenteavonden, vrijwilligersbijeenkomsten, fietstochtjes, Paasontbijt, acties etc... Voor mij is die bijbel het grote verhaal van iedere mens, dus ook vooral van mij. Van mijn wordingsgeschiedenis tot aan mijn verwachting over de grens van mijn leven heen. Van Zon, Warmte, Hoop, Leven, Liefde, Pijn, Verdriet, Eenzaamheid, Dood, Opstanding, Kracht, Verlossing, Acceptatie, Strijd, stil bidden en jubelend zingen als Godsvolk onderweg. Daar heb ik de kerk als leefplaats voor nodig en niet als een instituut dat mij de enige rechte en zuivere leer voorhoudt, het alleenrecht op het grote gelijk van binden en ontbinden en de abstracties van een maakbare God. Liever het instituut waar ik leef met vallen en opstaan, waar ik genade en troost vind, waar die kerk een beroep op me doet voor elkaar zo goed als God te zijn. Want de Kerk is Zijn Verhaal met ons onderweg door dik en dun en is dat niet mysterieus?…Inderdaad heb ik het besef nodig dat ik niet de eerste en enige ben die de moeizame wegen van de kerk bewandel. Neen, daarom sta ik al te lang in die traditie met de kerk die mensen uit haar midden roept tot vervulling van het ambt en kerk zijn door te participeren. Ik houd van de dienende kerk en ik ben allergisch geworden voor de machtige leiderspositie. Ik realiseer me dat er spanning bestaat tussen dienen en leidinggeven, doch ik zie liever de manier van de synode die zoekt, argumenteert, ruimte laat en mensen niet verkettert om ze binnen haar gelederen te houden, mensen in ieder geval niet uit te sluiten, hoe moeizaam ook. We waren zo goed onderweg, zegt Simonis, met de Oud-Katholieken, maar nu ze de vrouw in het ambt hebben aanvaard, staan we weer bij af. Want dat is principieel. Hoe kijkt hij nu naar zijn eigen kerkprovincie? Wat betekent dit voor al die vrouwen die op dit moment zo een grote bijdrage leveren juist aan die kerk. Ik heb niet de wijsheid in pacht om leiding te geven, ik weet van binnenuit hoe moeilijk dit is, maar heb je dan nooit van ontwikkeling gehoord? En wil je je dan niet verdiepen in het gegeven waartoe en met welke redenen zij daar wel toe besluiten? Klaarblijkelijk snap ik iets niet van die hogere kerkorde, maar ik heb wel die kerk steeds nodig om de al vele genoemde redenen. Maar ik wil inderdaad het kind niet in mij verliezen, ik wil groeien, ook nu nog steeds en mij verwonderen over de vitaliteit van de kerk of het gebrek daaraan. Spankracht zoek ik in die kerk, antwoord willen zijn om mensen te blijven boeien. Omdat ik voortdurend op anderen ben aangewezen en ik samen met al die mensen de inspiratie van onze God levend wil houden in een wereld waarin mensen elkaar op grond van’religieuze argumenten’ naar het leven staan, terreur plegen en geestelijke leiders zich niet verzetten tegen deze vormen van fascisme. Ik voel me niet door ‘het hogere’ aangeraakt en heb als zodanig geen boodschap te brengen. Wel heb ik de onuitwisbare indruk dat waar mensen in naam van de (gepraktiseerde) Liefde samen zijn, God echt bestaat en aanwezig is…Als ik een wens zou mogen doen, is het dat de volgende Paus zou zeggen: ‘weet je wat, jongens? Wij stellen al onze schatten van de traditie ter beschikking en we maken er een groot museum van; we richten op een met elkaar ( en dan bedoelt hij: ‘met alle grote godsdiensten ter wereld’) te bepalen plaats een centrum in waar we gaan zoeken naar wat ons bindt en niet van elkaar vervreemdt.’ Zo kunnen we werkelijk GODS VOLK ONDERWEG worden. Maar dat heet Utopia, geloof ik.”
Man, zestig plus, gepensioneerd universitair docent