Frits Wobbe klein formaat

 

Ter nagedachtenis door Wies van Well

 

Na vier dochters kwam Frits ter wereld met een kronkel in zijn darm, dat wel. Hij spuugde in boogjes en in zijn latere leven heeft dat meermalen tot bijna levensbedreigende situaties geleid.

 

Zijn jeugd was gelukkig, vrolijk, ondeugend en naar eigen zeggen soms ingewikkeld met vier zussen boven hem en hij was dan ook blij toen hij naar Canisius ging.

De eerste jaren aldaar verliepen niet helemaal vlekkeloos, maar omdat Pater Nic Perquin S.J. iets in hem zag en vader een groot vertrouwen had in zijn vriend, de pedagoog Perquin, is het toch nog goed gekomen met hem op het gymnasium.

 

Rond zijn zestiende jaar ging hij met mijn vader mee naar de goede week plechtigheden in de abdij Uelingsheide in Tegelen en daar moet hij kennis hebben genomen van de biografie van de Trapist Thomas Merton: Louteringsberg waarin deze zijn spirituele ontwikkeling vertelt tot en met zijn intrede in het klooster.

 

De Jezuļeten heeft hij leren kennen op het Canisiuscollege en zelf zegt hij dat hij voordat hij het zichzelf bewust was zeer onder de indruk was geraakt van Ignatius  en zijn bekeringsverhaal in Montserrat.

De optimistische verwachting dat God iedereen in zijn nabijheid en zijn dienst wil; “God in alles zoeken en vinden” werd zijn levensmotto.

 

De weg naar zijn wijding was een lange en eenzame. Bij belangrijke gebeurtenissen in ons leven, zoals afstuderen, trouwen, kinderen krijgen,was hij niet aanwezig. Hij heeft lang het idee gehad (zo heeft hij mij wel eens verteld) dat hij gast was in zijn eigen gezin vanwege kostschool, novitiaat, filosofie, theologie en andere studieopdrachten, die zijn aandacht en vaak afwezigheid vroegen.

In die jaren veranderde de wereld in rap tempo maar hij vond dat dit voor hem nog eens extra gold. Dat maakte hem soms eenzaam.

 

Gelukkig stond hij snel weer helemaal in deze wereld na zijn benoeming tot docent aan het Stanislauscollege. De gelukkigste tijd van zijn leven.

 

De Filosoof in hem was geboeid door de geschriften van Voltaire, hoewel tegenstander van de Katholike kerk, gevormd bij de Jezuļeten in het College Louis le Grand te Parijs, en diens opvatting over het theater, muziek, retoriek filosofie en natuurwetenschappen. Hij wilde dat allemaal meegeven aan zijn leerlingen en voor een groot gedeelte is dat nog gelukt ook!

Alles wat wij in hem kennen kwam daar tot ontplooiing. Hij werd de clown van de familie bij feestelijke gebeurtenissen met liedjes, gekke pruiken en hoedjes, maar hij sprak ook ontroerende woorden bij het heengaan van Vader, Tom, Moeder, Cootje en Harry al was er bij al dat verdriet altijd ruimte voor een lach, want zijn humor heeft hem nooit in de steek gelaten.

 

Zijn benoeming tot overste in Berchmanianum aanvaardde hij. Hij had het er moeilijk mee. Nog niet zo lang geleden zei hij letterlijk: niemand heeft me ooit gezegd dat leven als Jezuļet gemakkelijk zou zijn. Ik doe mijn best. Wij hebben daar dagenlang discussies over gehad met hem.

Ik… noemde het kadaverdiscipline; van de woelige jeugd naar de zielige zieken en bejaarden. Hij… sprak heel bescheiden over Abraham en zijn zoon Izaak in Gen. 22.1-19. (uitleg)

 

Het gaat dus over absolute gehoorzaamheid.!

 

Ook hier in Berchmanianum als overste is hij toch gelukkig geweest, omdart iedereen zag dat hij ook dit kon en hij na heel lang twijfelen dat zelf ook inzag. Dat hij hier zo verdrietig zou eindigen kan niemand bedenken.

 

Voor ons is zijn leven als priester gekenmerkt door eenvoud, discipline, liefde en humor. Iedereen die hem gekend heeft en vooral wij allen zijn trots op hem.

 

 

 028.JPG